Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Van de „toenaderingsgedachte" jegens België, welke aan ons Departement van Buitenlandsche Zaken heerscht, beleeft Nederland tot nu toe niet veel pleizier. Behalve in een neiging om klakkeloos Nederlands rechten en belangen aan de Belgische begeerten ten offer aan te bieden, schijnt zij vooral tot uiting te komen in het overnemen van verkeerde gewoonten.

Sedert lang wisten wij, dat officieele berichtgeving van Belgische zijde als onbetrouwbaar diende te worden beschouwd, en sinds enkele jaren ls nu ook In Nederland aan Buitenlandsche Zaken de methode in zwang gekomen, om ter voorlichting van het publiek heele onwaarheden en halve waarheden wereldkundig te maken. Men herinnere zich slechts, wat er in 1931, na de onthullingen van het Dagblad van Noordbrabant, in dit opzicht is gepresteerd. Wanneer men eenmaal wéét, wat men van die officieele berichtgeving te denken heeft, is dat niet zoo erg. Het bezwaar is in dit geval, dat men ten onzent uit beter tijden nog in breeden kring de gewoonte heeft overgehouden, om aan de officieele mededeelingen onvoorwaardelijk geloof te schenken.

Ook thans weer wekt het antwoord op de vragen van prof. De Savornin Lohman den indruk, alsof er in het geheel geen besprekingen meer zijn gevoerd, en om het wekken van dien indruk is het ook ongetwijfeld te doen. Maar wanneer men weet, dat de technische besprekingen wel degelijk voortgang hebben, en alleen de besprekingen tusschen de officieuze politieke onderhandelaars stop staan,

Sluiten