Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoel het hoogste gemeenschapsgevoel in de samenleving is. Maar is de staat, als vereeniging van kleinere kringen, op gemeenschapsgevoel binnen eigen grenzen gegrond, van den anderen kant bezien is hij deel van een grooter geheel. Breid de samenleving van den staat uit tot wereldgemeenschap, en de staat zal geenszins „verdwijnen",

maar: „zich verruimen", door haar grenzen uit te zetten tot de „intermenschelijke betrekkingen", voor welker ontwikkeling Zamenhof arbeidde.

Zamenhof geeft ons een stuk internationale opvoeding. Het is niet meer dan natuurlijk, dat ieder mensch in de eerste plaats gevoelt voor „wat vereenigt in eigen kring". Maar wij menschen zijn al spoedig geneigd, daarbij tévens klem te leggen op wat „scheidt van het andere"; en het gevoel van gescheidenheid leidt dan, onder omstandigheden, van onverschilligheid tot erger. Het op den voorgrond brengen van de nationale gedachte brengt psychische gevaren mee van snoeverij, rivaliteit, naijver, tarting, provocatie, kortom van al wat op dit gebied kinderlijk begint en bij gelegenheid met wereldoorlog eindigt. Waar Zamenhof in bepaalde gevallen tégen nationalisme sprak, deed hij dat principiëel tegen hetgeen zich laat gevoelen en gelden als afweer, of als „vijandschap tegen de anderen". Patriotisme gold voor hem slechts in opbouwenden zin; niet als „leus' , maar als werkdadige liefde en als dienst aan den staat; welken laatste hij dan een „gewestelijke gemeente" in de wereld van menschenbroeders noemde. En het was hem een zonnige dag in zijn leven vol schaduwen, toen de Universala Esperanto-Asocio (U.E.A.) een bescheiden begin, een „geschikte basis voor intermenschelijke betrekkingen en diensten" trachtte te gaan vormen.

Sluiten