Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slaapje van den heer des huizes, natuurlijk altijd „vandaag voor de laatste keer" *).

Maar niet Lodewijk, alleen zijn dartele broertjes hadden dergelijke avonturen, want hem, den bijna volwassene, respecteerden de vader en de geheele familie. Verstandig, bescheiden, leergierig en peinzend van aard, nooit luid, hoewel wat stijfhoofdig, vermeed hij steeds, anderen leed te doen. Reeds op school toonde hij een buitengewonen aanleg, en talent tot schrijven. De leeraren bewonderden hem. De vrienden noemden hem „baron" om zijn rustige houding en beleefde manieren. Toch was hij volstrekt geen saaie piet of uit de hoogte, thuis noch op school. Als klein kind was hij wel is waar bleek en zwak, maar hij groeide op tot een wakkeren, vroolijken knaap, die uitnemend feestjes en uitstapjes wist te arrangeeren. Zijn broertjes en zusjes en zijn kameraden omringden hem als het hoofd en de ziel van alle genoegens. Hij hield dolveel van dansen, maar ook voor de moeilijke problemen van een schooltaak was hij een hulpvaardig raadsman.

Van zijn moeder had hij het gevoelige hart geërfd, en hij vergoodde haar schier als een bovenaardsche engel. Als zij ziek was, wat vaak gebeurde, verpleegde hij haar met roerende zorg en voorkwam teeder haar minste wenschen. Omgekeerd beschouwde de moeder hem reeds vroeg als haar dierbaarst kleinood. Zij had hem lief als haar oogappel, en naar haar meening bestond er in de heele wereld geen beter dan hij. Misschien had zij gelijk. Wat gaat moederliefde te boven? Onwankelbaar door alle smarten heen,

begrijpend en trouw, wijdt zij zich tot aan den dood

en helpt daarna nog.

l) Uit een particulieren brief van Felix Zamenhof.

Sluiten