Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten zijn. Ze moest vlug geleerd kunnen worden en bruikbaar zijn voor het volk zelf, niet enkel voor de ontwikkelden.

Meer en meer peinsde de gymnasiast Zamenhof over arbeiders en zwoegende armen. In den familiekring las hij gaarne voor uit de gedichten van den Rus Nekrasov, den voorlooper van Gorki. Van moeite en lijden, van krotten waar dood en ellende hand aan hand dansen, zong de geliefde schrijver. Zijn levenlang had Zamenhof het arbeidzame volk lief en woonde hij bij voorkeur in hun wijken, ver van wereldsche kringen.

Die menschen waren ten slotte de voornaamste slachtoffers van ophitserijen tusschen verschillende volken. Bij slachtingen moesten altijd zij allereerst met hun bloed en hun rust betalen. Over de heele wereld smachtten dan ook de armen naar vrede en vooruitgang. Wanneer zij 's avonds moe in het grauwe tehuis terugkeerden, ging hun denken naar licht uit, en hun ziel droomde van handen in verre landen tot over de zee, die men vriendschappelijk zou willen drukken. „Arbeiders van alle landen, vereenigt u!" werd al spoedig de leus van de massa's. Maar muren verhieven zich tusschen hen, dikke, hooge muren, vooral van taal. Sloop, sloop die muren, dacht almaar de jonge Zamenhof. De hulptaal der menschheid moest voor allen gemakkelijk zijn. Vlotheid, logica moesten haar grondslag zijn.

Van toen af ging hij met kunstige proeven gestaag naar iets nieuws zoeken.

Zou een taal kunstmatig kunnen worden opgebouwd, gegrond op niets dan logica? vroeg zich de jongeling af, en zocht naar materiaal voor een woordenboek. Waarom-

Sluiten