Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeten. Op de schrikaanjagende woordenboeken viel een lichtstraal, en voor mijn verbeelding krompen ze snel ineen 1).

Van dien tijd af bestudeerde hij het stelsel van voor- en achtervoegsels in verschillende talen. Wat 'n rijke bron! Wat n' bewonderenswaardige macht tot groei en vermeerdering! De meeste talen gebruiken ze blind en ordeloos. Door een waarlijk volledig en regelmatig benutten van die kracht zou aan een kleine groep van wortels een rijk woordenboek kunnen ontbloeien. Enkel reeds -ino, -afo, -isto, erna, -igi, -igi zouden honderdvoudig resultaat geven. Tienduizend woorden zouden zonder afzonderlijke instudeering vanzelf ontstaan.

Op school beschouwden de leeraren Lodewijk Zamenhof als een opmerkelijk linguist. Zeer jong reeds leerde hij Fransch en Duitsch. In de vijfde klasse begon hij aan het Engelsch. Uitspraak moeilijk, spelling onnauwkeurig, maar wat 'n kracht en vlotheid van zinbouw! Spraakkunst ? Heel weinig. Slechts wat ongeregelde antiquiteiten. Een taal kan dus rijk zijn, zonder vervoeging of verbuiging te behoeven, of moeilijken zinbouw. Enkele altijd eendere aanwijzingen zijn voldoende voor de tijden der werkwoorden. Uitgangen gelijk o, a, e, kan men als achtervoegsels gebruiken tot het vormen van zelfstandig- en bijvoeglijknaamwoorden uit werkwoorden, van bijwoorden uit andere woordsoorten.

Behalve de taalkwestie, nam nog een andere arbeid

l) Uit den Brief aan N. Borovko over de Wording van het Esperanto, uit het Russisch vertaald door V. Gernet; Lingvo Internacia 1896, n° 6—7; Esperantaj Prozajoj, bl. 239.

Sluiten