Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zamenhof in die jaren in beslag. Zijn moeder was geloovig. Zijn vader atheïst. Hij zelf verloor reeds als knaap zijn godsdienstig vertrouwen. Zijn logische zin stond hem niet toe, aan de onderrichtingen der priesters te gelooven. Maar, pas zestien jaar oud, leed hij door de leegte in zijn gemoed. Hij zag in het leven geenerlei zin. Waarvoor werkte hij ? Voor wat bestond hij ? Wat was de mensch ? Waarom niet dadelijk sterven? Alles leek hem ijdel en walgelijk. Die tijd was een groote kwelling voor hem. Een wat ruw en hard portret uit dien tijd toont de vreugdeloosheid van den gymnasiast.

Een innerlijke crisis redde hem. Langzamerhand vond hij een waarheid voor zichzelf. Hij ging in de natuur eenigen zin gevoelen. Hij begon een hoogeren roep als doel der menschheid te begrijpen. Hij vormde een eigen credo voor leven en dood. Zeventien jaar oud, werd hij, buiten leerstellingen om, nieuw vertrouwen en nieuwe zielevreugde deelachtig. Sterke bezieling vatte post in zijn gemoed. Met vernieuwden gloed keerde hij tot zijn werk terug 1). Een later portret toont in zijn oogen dezen ommekeer. Zachtheid overheerscht er.

In het jaar 1878 zat Zamenhof in de hoogste klas van het gymnasium. Het ontwerp voor zijn taal was toen reeds klaar, hoewel nog niet geheel gelijk aan het tegenwoordige Esperanto. Enkele collega's stelden belang in zijn langdurig werken. Verheugd maakte hij hen met de nieuwe taal bekend. Zes of zeven van hen gingen het systeem ijverig leeren.

In het ouderlijk huis in de Novolipie-straat had Lodewijk

') Zie in hst. XII de bekentenis vóór zijn dood betreffende die crisis.

Sluiten