Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welsprekend klonk de roepstem. Toch werd Zamenhof nooit een leider van de Zionisten. Elke overdrijving van de verdiensten der Joden deed hem leed. Het voortdurend praten van een „uitverkoren volk" kwetste zijn gevoel als een soort beleediging voor andere volken. Scherpe gisping van Polen, Russen of Roemenen mishaagde hem. Klachten over feiten van verdrukking door regeeringspersonen oordeelde hij rechtmatig, maar niet haat tegen volken. Zelfs bij zijn stamgenooten wekte het minste chauvinisme zijn weerzin op.

Ook de Joden hadden het noodig, andere volken nader te leeren kennen. Ook zij hadden een internationale taal van noode. Zij moesten onderscheid tusschen de geheime ophitserijen en de massa's leeren maken, de geschiedenis van de anderen leeren kennen: ook dezen leden immers, ook zij werden door machthebbers verdrukt, door een kleine groep handigen geëxploiteerd. Laat de Joden hun Wet liefhebben, hun volk en hun zeden, maar laat ze bovenal de menschheid liefhebben en haar als broeders dienen. Zoo gevoelde het de peinzende student, en keerde tot zijn droom terug.

Zelfs de „negentien roebels" waren aan het begin van de maand niet gemakkelijk te vinden; en ze waren niet toereikend. Zamenhof hield er niet van, zijn ouders op onkosten te jagen. Twee jaren verliepen. In den zomer van 1881 keerde hij naar huis terug.

In Warschau zette hij de medische studie aan de universiteit voort. Tot zijn lieve moeder sprak hij ervan, hoe zwaar de belofte aan vader hem drukte. Zijn levensdoel veranderde niet. De menschen moesten zich verbroederen. Waar waren de papieren en de proeven van de interna-

Sluiten