Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo gingen de mooiste jaren, de studentenjaren, voor hem voorbij, triest en leedvol. Dien verterenden gloed en dat lijden door zwijgen schilderde hij in het volgende gedichtje:

MIJN GEDACHTE

Ver van de wereld, op het veld, bij 't vallen van den avond Zingt een vriendin een lied van hope in onzen kring. Van een verwoesten levensgang verhaalt zij ons vol meelij. Mij smart weer de oude wond, tot bloedens toe vaneenge-

reten.

„Hoe? Slaapt gij? Waarde heer, waarom zo onbeweeglijk? Ach, een herinnering misschien, uit dierbren kindertijd?" Wat kan ik zeggen? Men spreekt niet met geween Een meisje toe, verpoozend saam na zomerwandeling!

Ach mijn gedachten en mijn kwelling, mijn smarten en

mijn hopen!

Hoe menig offer reeds droeg ik stilzwijgend aan u op! Het kostbaarst goed dat ik bezat — mijn jeugd — ik legde

't eigenhandig Met weenen op 't altaar van plicht die streng gebood.

Vol gloed voel ik mijn ziel; te léven zou ook ik mij

wenschen;

Maar iets verjaagt mij staag, als 'k tot de blijden ga

Als aan het lot mijn zwoegend werk mishaagt,

Zoo neme mij de dood, in hope — en zonder smarte!

Sluiten