Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Vejsieje, een Littausch stadje, stond hij aan het sterfbed van een klein meisje. Koorts verteerde haar. De ongelukkige moeder werd haast waanzinnig van smart. Nog maanden daarna hoorde hij in gedachten haar weeklagen en kermen. Hij besloot, de algemeene praktijk vaarwel te zeggen en zich op oogheelkunde toe te leggen. Daarom ging hij naar Weenen, om in een specialen leergang ophthalmologie te studeer en. In den herfst van 1886 kwam hij in het ouderlijk huis te Warschau terug. Hier vestigde hij zich als oogarts. Denzelfden winter leerde hij zijn verloofde kennen en kreeg hij moed, zijn werk te publiceeren.

Reeds sinds jaar en dag had hij een uitgever gezocht. Ook zoo leerde hij de hardheid van de financiëele zijde der wereld kennen. Nieuwe kwelling ving aan.

Toch voelde hij zich gedrongen, zijn taal te doen verschijnen. Terwijl hij ze in stilte vervolmaakte, bloeide in het Westen het „Volapük" van abt Schleyer uit Konstanz op. Het woordenboek daarvan was moeilijk en willekeurig. Geruimen tijd wist Zamenhof niets van deze poging. Toen de faam ervan tot hem doordrong, was hij eerst zeer verheugd, doch later constateerde hij, dat de oplossing-zelf niet deugde. Spoedig zou de beweging weer terugloopen. Velen zouden den moed opgeven en de zaak in den steek laten. Men moest de wereld toonen, dat niettemin het doel juist was. Alleen het systeem was verkeerd. Een taal moest toch internationaal en levend zijn, niet kunstmatig gefabriekt.

Toen bemoeide een hulpvaardig man zich met de zaak. Dat was de vader van Klara Zilbernik. Zijn dochter had zich in het voorjaar (30 Maart 1887) met Dr. Zamenhof verloofd. De jonge geleerde en idealist viel zeer in zijn smaak

3

Sluiten