Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien. De kinderen Adam en Sofia waren reeds geboren. Zijn vrouw ging naar haar ouders in Kowno terug. Middelerwijl zocht de jonge oogarts weer elders practijk. In Cherson, bij de Zwarte Zee, beproefde hij het vergeefs. In Maart 1890 vonden zij elkaar in de Poolsche hoofdstad terug.

Daar nam Zamenhof op verlangen der geestverwanten de uitgave van La Esperantisto zelf op zich. Bijna allen waren arm; slechts een honderdtal betaalden contributie. Na eenigen tijd had hij al zijn krachten en hulpmiddelen uitgeput. Met vrouw en kinderen bevond hij zich in groote moeilijkheden. Juist in dien tijd werd zijn moeder, die hij zoo liefhad, ernstig ziek. Verdriet verteerde hem. Alles scheen hopeloos zwart. Het lot dreigde hem zijn aangebeden moeder te ontnemen, en tegelijk zijn levensdoel. Als hijzelf tenietging, zou de taal toch kunnen bloeien. Maar, als hij het uitgeven van het centraal orgaan staakte, zou spoedig de heele gang van zaken tot stilstand komen.

„Als de stam sterft", schreef hij in een laatsten oproep,

„is alle hoop verloren. De esperantisten moeten zorgen

Mijn toestand heeft de uiterste grens van het mogelijke bereikt".

Toen verscheen er een vriend in de edelste beteekenis van het woord. Een werkzaam en bescheiden landmeter was W. H. Trompeter, uit Schalke in Westfalen. Esperantist van den aanvang af, begreep hij de grootheid van Zamenhof en diens streven. De geheele zaak, zoo gewichtig voor de menschheid, dreef als een notedopje op de wijde zee. Zoo klein, zoo zwak, zoo onbekend was het, dat de wereld het nooit zou weten, als een klein golfje het deed verzinken. Maar als het in leven bleef, welk een bewonde-

Sluiten