Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verliet den adel en richtte zijn leven eenvoudig in. De dorpelingen waren zijn broeders. Aan volken en geestelijkheid verweet hij hun gebrek aan liefde.

Wie kon beter dan hij bij den ingetogene van Bialystok gepast hebben? Deze had door zijn kiesche verlegenheid niet den moed gehad, Tolstoi te naderen. Slechts in algemeen verband had hij hem in 1888 zijn boekje toegezonden. Antwoord was toen uitgebleven. Maar het zaad was geworpen. Zes jaar later kwam het op voor het aangezicht van het publiek. ,,Toen ik zes jaar geleden een Esperantospraakkunst ontving met woordenboekje en artikelen in die taal", antwoordde Tolstoi, „kon ik reeds na niet meer dan twee uur werken, zoo al niet schrijven, dan toch vrij in die taal lezen Ik heb dikwijls gezien, hoe menschen vijandig tegenover elkaar stonden enkel en alleen door de materiëele belemmering van wederkeerig niet-begrijpen. Het leeren van Esperanto en de verbreiding van die taal is dus ongetwijfeld Christelijk werk, dat zal bijdragen tot het scheppen van het Godsrijk, dat het voornaamste en eenige doel van het menschelijk leven is". (Jasnaja Poljana, 27 April 1894).

Zulk een woord gaf moed. De brief werd in La Esperantisto afgedrukt en wekte groote geestdrift. Bovendien verscheen later, in het tweede nummer van 1895, een vertaling uit Tolstoi's Geloof en Verstand. Doch op grond van dit stuk verbood nu de Russische censuur het blad in het Keizerrijk. Ontzettende slag: want hier had het de meeste abonné's. De uitgave moest worden gestaakt. Een officiëele olifant vertrapte een muisje. Maar hierdoor ging de band tusschen de Esperantisten teniet. Duisternis en droefenis heerschten in den kleinen kring. En intusschen vocht

Sluiten