Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Liefdevol boog hij zich over vermoeide arbeiders en bleeke naaisters, die met vertrouwen tot hem opzagen. Ervaring en studie vormden hem weldra tot een opmerkelijk specialist. Zoo leefde hij tot aan zijn dood, heel bescheiden, heel arm, ver van alle weelde *). Door het vele dagelij ksche werk verdwenen de drukkende zorgen. Maar tevens werd de vrije tijd voor hooger doel heel schaarsch. Doch hij troostte zich met de gedachte, dat zijn toewijding den menschenbroeders onmiddellijke hulp verschafte, 's Avonds zette hij zich, en nam weer de pen op.

Het schrijven, vertalen, correspondeeren verslonden een groot deel van zijn nachten. De Esperantobeweging verbreidde zich langzaam, maar gestadig door de wereld. Met liefdevolle aandacht volgde hij het ijveren van de nieuwe strijders:

...... Gij in een stad, gij in een stadje,

Gij in bescheiden dorp

Ver van elkander verwijderd zijn wij

Waar zijt gij, wat doet gij, Ach lieve broeders?"

Dat gedicht Aan de broeders doet ons als in doorschijnend kristal tot op den bodem van zijn hart zien, hoe warm het klopte, als hij in de avondstilte peinsde over den verspreiden „familiekring".

Ook over zijn arme clientèle van Joodsche arbeiders

') Eens in een Amerikaansch stadje vroeg een Joodsche knaap uit Warschau mij na een lezing voor jonge arbeiders over het werk van Zamenhof: „Is dat dezelfde als die goedhartige oogdokter uit de Dzika-straat ?"

Sluiten