Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dacht hij veel na. Hijzelf sprak thuis alleen Poolsch en hij gevoelde zich homaranist, maar het lot van het ongelukkige volk hield zijn aandacht vast. Reeds als student had hij gevonden, dat er in Zionistische kringen te veel chauvinisme was. Omgekeerd behaagde de partij der „assimilisten" hem evenmin. Dezen vervingen het eene chauvinisme door het andere. Volgens hen moesten de Joden hun afstamming zorgvuldig doen vergeten, en nog meer Poolsch worden dan de Polen, of meer Russisch dan de Russen. Dat vond hij onwaarachtig. Naar licht en waarheid streefde hij.

Naar zijn meening moesten de menschen noch zich op hun afstamming verhoovaardigen, noch ze beschaamd verbergen. Vrij en oprecht moesten ze blijven. Godsdienst, gezinstaai en afkomst moesten particuliere zaken blijven. In sommige landen had de geestelijkheid zich reeds uit het officiëele leven teruggetrokken. Van nu af moesten ook staat en vaderland een afzonderlijke plaats gaan innemen.

Laten de Joden goede, hulpvaardige burgers van dezen of genen staat zijn. Laten zij zich niet als vreemden gedragen, maar evenmin, zoo te zeggen, als volksverwisselaars. Laten zij broederlijk en aan allen gelijk op den onzijdigen bodem staan van werken ten algemeenen nutte. Een Jood in Warschau behoeft geen Pool of Palestiniaan te worden. Hij zij slechts een eenvoudig, eerlijk „Poollander". Dan kan hij ook Jood en homaranist blijven, wat het belangrijkst is. Het leeren van een onzijdige wereldtaal zou alle Joden der wereld vereenigen, en tegelijkertijd hen op een grondslag van gelijkheid met alle andere volken verbinden.

In dien geest publiceerde Zamenhof een boekje, in het

Sluiten