Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het dragen of niet-dragen van een langen baard. Zweren op den Bijbel of door oplichten van de hand. Getuigen mèt hoed of zonder hoed op het hoofd. Zulke dingen kunnen in het Westen belachelijk schijnen. Toch veroorzaken ze in het Oosten sinds eeuwen strijd. Ze brengen dadelijk een volksnaam op de lippen, zoogenaamd als beleediging.

Ook verklaringen waren van belang, niet enkel zeden en ideeën. In Galicië kon de Joodsche taal in officiëele verklaringen niet wettelijk als ouderlijke taal worden opgegeven. Joden moesten zich öf als Poolsch- öf als Duitsch- öf als Oekraïnsch-sprekend laten inschrijven. Men kon dus de volksstammen alleen volgens de godsdiensten tellen: Israëlieten = Joden; Roomsch-Katholieken = Polen; Grieksch-Katholieken = Oekraïners; Protestanten = Duitschers. Zelfs als zij sinds lang het voorvaderlijk geloof hadden losgelaten, schreven allen zich volgens den volksgodsdienst in: om het aantal. Uitgangspunt: uitsluitend nationaal, met statistisch-politiek doel!

Om deze reden stelde Zamenhof een onzijdigen grondslag samen, ook door opmerkelijke zorg voor dergelijke verklaringen: de homaranist moest oprechtheid leeren. Op de laatste bladzijde der brochure was een volledig klaargemaakt antwoordbiljet afgedrukt voor degenen die zich wilden aansluiten. De volgende punten werden onderscheiden: tehuis, vaderland, volk van afstamming, ouderlijke taal, persoonlijke taal, beleden godsdienst. Alleen een dergelijke vragenlijst zou het iedereen mogelijk maken, zonder verraad van lijdende stamgenooten de volle waarheid te zeggen.

Zamenhofs ouderlijke taal was Russisch, zijn persoonlijke taal Poolsch. Zijn stam was de Joodsche, zijn godsdienst vrijzinnig. Dat alles zou hij op een homaranistisch inschrijf-

Sluiten