Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII

CONGRESREDEN

In Oost-Europa predikten de feiten zeiven in homaranistischen zin. Wegens de gemengdheid der bevolking werd daar het leven door taai-religieus chauvinisme voortdurend met strijd bedreigd, niet enkel tusschen staten, maar ook in het binnenland. Het was in dit oord, dat „de atmosfeerzélve, verzadigd van onderlingen onvrede, door een onvermijdelijke natuurlijke reactie de Esperantistische beweging deed geboren worden" l). Het was dus volkomen natuurlijk, dat daar alle „geestverwanten" de beteekenis van Zamenhofs gedachte begrepen, zelfs waar ze het homaranis tische formulier niet onderteekenden. Feitelijk werd dit laatste slechts door weinigen gedaan.

Voor de Westerlingen van vóór den oorlog sprong de Zamenhofsche idee niet zoo duidelijk in het oog. De wreede gebeurlijkheden leken zoo vér. Wie Esperanto leerden, die begonnen eenigszins te begrijpen. De beteekenis van Boulogne, den zin van het Espero en van de Zamenhofsche gedichten noemden zij te zamen de „interna ideo", de „innerlijke idee" der beweging. Maar toch altijd als iets algemeens, niet scherp omlijnd. Sommigen echter stelden, door linguistischen smaak, slechts belang in de taai-zelve. Tot

*) Rede van Zamenhof op het Achtste Esperantisten Congres in Krakau, 1912.

Sluiten