Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaak als een vizioen, wanneer hij, na een vermoeienden dag, 's avonds peinsde, terwijl sneeuwvlokken langs de ruiten dwarrelden. Van dien tijd af nam zijn vertrouwen toe. Op de afbeeldingen uit Cambridge verheldert een hoopvolle vreugde de zorg in de oogen en op de lippen van den Meester.

Aldus noemden allen hem. Doch hij hield niet van dien titel. Moreel, ja bijna physiek hinderde hem het woord. Niet „meester", maar menschenbroeder en kameraad wilde hij zijn. Uit bescheidenheid, ja. Maar ook uit vrijheidszin. In het „meester"-zijn gevoelde hij de zwaarte van de eer en de keten van de slavernij. Hij gaf de voorkeur aan volledig opzich-zelf-staan. Vóór alles hield hij van een rustig gesprek met congressisten. Hij smachtte naar ongehinderde uiting en bespreking van de geliefde ideeën. Een officiëel ambt vond hij zoo lastig. Reeds in Boulogne had hij aangedrongen op de verkiezing van het Lingva Komitato 1). Heel tevreden legde hij de zorg voor de taal en het heele gezag in hun handen. In Parijs stelde zijn rijke gastheer Javal, een vermaard okulist, een leerstoel en een salaris tot zijn beschikking, om de beweging te leiden. Hij weigerde. Bescheiden en vrij: dat was zijn smaak.

Zijn levensdoel was de „interne idee". Aangezien de verklaring van Boulogne slechts van de taal sprak, gevoelde hij de noodzaak, ook het devies van de ideëele Esperantisten duidelijk te bepalen. Door zijn rede van Cambridge verwezenlijkte hij dit:

„Wij wenschen een onzijdigen grondslag te scheppen, volgens welken de verschillende volksstammen vreed-

') Taai-Comité. — Vert.

Sluiten