Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in dit resultaat bestaat dan de verdienste van onze congressen".

Na het congres van Cambridge ontving het gemeentebestuur van Londen, vertegenwoordigd door Sir T. Vezey Strong, Zamenhof en het geheele congres in het beroemde stadhuis „Guildhall". In de groote, bijna kathedraalachtige zaal was reeds menig veel roemrijker gast plechtig begroet geworden: een vreemd vorst, een overwinnend veldheer, de president van een republiek. Onder de hooge arcaden van de oude feestzaal klonk thans voor het eerst de bescheiden, doch zeer besliste stem van een eenvoudig oogarts, groot door zijn doel, groot door zijn genie. Van geen enkele macht zong hij, en van geen wapenslag. Over het brandend onderwerp van patriotisme en vijandschap had hij den moed te spreken; tactvol, maar toch onomwonden; en zelfs met kracht van rede.

„Slechte patriotten", zoo had in alle landen de chauvinistische aanklacht keffend geklonken. In de plechtige ruimte van Guildhall klonk het treffend antwoord. Als patriotisme vijandschap beteekent, dan had de aanklacht gelijk. Beteekende het daarentegen liefde, dan protesteerde hij met heel zijn hart.

Liefde voor het vaderland, liefde voor de menschheid, liefde voor het tehuis, zij passen alle in elkander. Maar wat weten de duistere demonen die „niet alleen tusschen verschillende landen, maar ook binnen hun eigen vaderland voortdurend mensch tegen mensch opzetten", van liefde? Van zulke predikers keerde hij zich met verontwaardiging af:

„Gij zwarte zaaiers van onvrede, spreekt maar van

Sluiten