Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loyaal was, had De Beaufront een wetenschappelijke discussie bedorven, door van weerskanten het inmengen van persoonlijke gevoelens te veroorzaken. x)

Zamenhof stond hooger. Hoewel van afkeer vervuld, stelde hij voor, de zaak over personen te laten rusten en een nieuw openbaar onderzoek van eventueele veranderingen te beginnen. Het resultaat was hetzelfde: de meerderheid verkoos het trouw voortgaan op den ingeslagen weg, volgens de leus van den Parijschen Prof. Cart: „Laten wij ons geultje graven". Als steeds onderwierp de Doktoro zich als een waar democraat.

Van den aanvang af bleef hij zichzelf gelijk. In 1888 schreef hij:

„Al wat verbeterd kan worden, zal door de raadgevingen der wereld worden verbeterd. Ik wil niet een schepper van taal zijn, ik wil enkel initiateur zijn" 2).

Naar zijn meening moest eenmaal een gemeenschappelijke taaibasis worden uitgezaaid. Dat had hij met het Eerste Boek gedaan. Maar:

„Al het overige moet door de maatschappij en door het leven gedaan worden, juist zooals wij dat bij alle levende talen zien Als toonaangevend moet van nu

') Zelfs Idisten betreuren dat. In zijn Geschiede-nis van onze Taal, Lüsslingen 1912, schreef Prof. Jespersen: „Hier wil ik de moreele zijde van zijn gedrag noch verdedigen, noch veroordee^en Hij was de auteur van het anonyme ido-ontwerp tezelfdertijd dat hij Dr. Zamenhof bij het Comité vertegenwoordigde".

-) Tweede Boek, Warschau 1888.

Sluiten