Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was alleen de weg der natuurlijke ontwikkeling deugdelijk.

Dit onderwerp besprak Zamenhof in het Aanhangsel bij het Tweede Boek, en opnieuw, twintig jaar later, bij het vierde en het zesde congres, in Dresden 1908 en Washington 1910. Hij liet zien, hoe talen zonder ophouden en zonder scheuring groeien. Oude bladeren vallen af. Nieuwe nemen hun plaats in. Takken worden toegevoegd. Bloemen en vruchten worden vermenigvuldigd. De stam zelf wordt forscher. Maar de boom blijft dezelfde.

„Groot is het verschil tusschen kind en volwassene; groot ook zal misschien eens het verschil zijn tusschen het tegenwoordige Esperanto en het ontwikkelde Esperanto van latere eeuwen.... Allengs verschijnen er nieuwe woorden en vormen; sommige worden sterk, andere niet meer gebruikt. Alles gaat rustig, zonder schokken, zelfs onmerkbaar. Nergens blijkt eenig verschil in onze taal naar de verschillende landen.... Nergens wordt de continuïteit tusschen de oude en de nieuwe taal gestoord of bedorven. Ondanks het feit, dat onze taal zich sterk ontwikkelt, leest ieder nieuw Esperantist de werken van twintig jaar geleden met hetzelfde gemak als de toenmalige Esperantist" 1).

In Amerika verklaarde Zamenhof zijn denkbeeld meer in bijzonderheden. Als een wezenlijk gezaghebbende delegatie van verschillende rijken iets in het Esperanto wilde veranderen, alvorens het officiëel te erkennen, hoe zou zij dan

l) Van dienzelfden smaak voor het „levend-zijn" gaf Zamenhof blijk in zijn „Lingvaj Respondoj" (Taalkundige Antwoorden), uitgegeven in La Revuo.

6

6

Sluiten