Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK X

SCHRIJVER

Dienzelfden zin voor leven en lenigheid vindt men ook in Zamenhofs stijl terug. Hij was geen chemist, mathematicus, of zelfs maar een linguist, die theoretisch met een comité verhandelde. Hij was schrijver. Reeds van zijn kindsheid was hij dichterlijk. Zijn kunst lag in zijn woordkeus. Harmonie en algemeen muzikaal gevoel inspireerden hem voor taal en stijl. Hij schaamde zich voor zijn Esperanto, zoolang het niet volkomen zoet vloeide. Hij gaf het pas uit, toen hij er vrij in kon dichten. Toen het verscheen, vormden minder de spraakkunst dan wel de teksten en de stijl het fundamenteel materiaal. De zestien regels waren feitelijk slechts uit de reeds gebruikte en beproefde taal getrokken. Hoe liefdevol hij ze leven en geest inblies, dat kan men begrijpen uit dat woord van hem: „Aan een comité het scheppen van een taal toevertrouwen, zou even onzinnig zijn als b.v. aan een comité het maken van een goed gedicht op te dragen" 1).

Eens vormde Dante bijna een eigen taal uit verschillende Italiaansche dialecten. Op eenigszins gelijke wijze ontleende Zamenhof aan de Indo-Europeesch-Amerikaansche dialecten hun gemeenschappelijke elementen, om zijn groote gedachte over menschelijke broederschap uit te drukken. Hier

*) Wezen en Toekomst van het Denkbeeld eener Wereldtaal, 1899.

Sluiten