Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Bern, in 1913, sprak Zamenhof niet meer, hij zat zelfs niet op het podium. Liefdevol omringd, zat hij met zijn vrouw steeds te midden van de congressisten. Hij herademde. In hetzelfde jaar verscheen een nieuwe uitgave van de brochure over „Homaranisme". EenSpaansch geestverwant, Mangada Rosenörn, liet het herdrukken *).

In het voorwoord onderscheidt Zamenhof zeer helder drie dingen: Esperanto is een nationale taal. De „esperantistische interne idee" stelt niet-nader-omschreven gevoelens en hoop van verbroedering tusschen de menschen op onzijdigen grondslag van taal. Homaranisme is een speciaal en volledig bepaald politiek-religieus programma „dat mijn zuiver persoonlijk geloof weergeeft". Door deze en andere zinnen wilde hij de esperanto-gemeenschap, als geheel, van elke „verdachte solidariteit" met zijn persoonlijk geloof bevrijden. Niets zou recht geven, dit als aanvalswapen tegen het Esperanto te gebruiken.

Hoe afschuwelijk was de geest die over de wereld heerschte! Daar moest deze mensch, die te hoog boven zijn tijd stond, aan de kleinen van geest zoo te zeggen beschaamd verontschuldiging vragen voor zijn grootheid. Hij moest twee cultuurgangen van elkaar scheiden, om niet den eenen door den anderen te schaden. Maar de scheiding was onnatuurlijk. De toekomst zal de eenheid van Zamenhofs gedachte herstellen. Alle verbod van buiten af ten spijt, draagt zijn taal het uitgeworpen zaad alreeds door de wereld. In vele harten groeide het reeds op. Terecht zetten chauvinisten den strijd tegen het Esperanto voort. Het bedreigt hen

') Deklaracio pri Homaranismo, de D-ro L. L. Zamenhof, Madrid 1913. Verkrijgbaar bij de redactie van Homaro, S-ro A. Thonney, Coquelicot B, Epinettes, Lausanne (Zwitserland).

Sluiten