Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gave van de Deklaracio firi Homaranismo. Het was een teere zaak. Oogenschijnlijk had Zamenhof in den beginne gemeend, dat men tot zijn eigen kerk kan behooren en tegelijkertijd een soort „bovengeloofschen" tempel bezoeken. Tusschentijds hadden ongetwijfeld Roomsche of Grieksche Christenen hem aangetoond, dat de bisschoppen dit aan hun getrouwen zouden verbieden. Dezen zouden dus tusschen de twee moeten kiezen. De tweede tekst schrapte dit dus, en liet als plicht voor alle homaranisten slechts dit over: „oprechtheid, verdraagzaamheid voor andere gelooven, en vervulling van de verbroederingsmoraal". Stichting van en deelneming aan een gemeente zonder leerstellingen bleef aan de vrijdenkers nog slechts aanbevolen „om hun religieuse onzijdigheid deugdelijk te bevestigen en hun nakomelingschap tegen een terugval in volksreligieus chauvinisme te beveiligen".

Dit bekommerde Zamenhof het meest: dat menschen enkel om uiterlijke redenen in nationale kerken bleven. De wereldorganisatie moest zóó zijn, dat niemand noodig had, zijn persoonlijk geloof ten spijt, deze of gene religie aan te hangen, enkel b.v. uit patriotisme, of om zijn volksgenooten niet te verraden.

Homaranisme zou die verplichting tot onoprechtheid helpen wegnemen. Maar om die reden moest het woord „vrijdenkers" niet iets speciaal atheïstisch aanduiden. „Vrijdenkers" waren dikwijls fanatieke materialistische sectarissen. Vrijdenker zij ieder mensch die aan geen persoon uit de bestaande godsdiensten gelooft. Een zoodanige gemeente moest neutraal-menschelijke feesten, zeden, kalender, enz. inrichten, die later de geheele menschheid tengoede konden komen. Met betrekking tot de toestanden in

Sluiten