Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enkele volksstam in het rijk kan grootere of kleinere rechten of plichten dan de andere volksstammen hebben.

2°. Ieder staatsburger heeft het volle recht, het dialect of de taal te gebruiken die hij wenscht, en den godsdienst te belijden dien hij wil. Alleen moet in de publieke inrichtingen welke niet voor een enkelen specialen volksstam bestemd zijn, die taal worden gebruikt, welke bij onderlinge overeenkomst van de burgers als rijkstaal is aangenomen. In die politieke instellingen welke een speciaal plaatselijk karakter dragen, kan in plaats van de rijkstaal een andere taal gebruikt worden, indien niet minder dan 9/i0 van de stadsburgers daartoe verlof hebben gegeven. Doch de rijks- of stadstaal moet beschouwd worden: niet als een vernederende schatting die bestuurde volksstammen aan de besturende volksstammen schuldig zijn, maar slechts als een vrijwillige concessie, door de minderheid gemakshalve aan de meerderheid gedaan.

3°. Voor alle onrechtvaardige daden, in eenig rijk begaan, is de regeering van dat rijk verantwoordelijk tegenover een Al-Europeesche Rechtbank, welke bij onderlinge overeenkomst van alle Europeesche staten is ingesteld.

4°. Geen staat en geen provincie kan den naam van eenigen volksstam dragen, maar slechts een neutraalgeographischen naam, bij onderlinge overeenkomst van alle staten aangenomen".

Eens zal, na langen walg van oorlogen, de tijd komen, dat deze beginselen met gretigheid zullen worden gezocht en bestudeerd als mogelijke redding uit vreeselijken toestand. Dan zal men zich verbazen, dat zij reeds in 1915 waren voorgesteld door Lodewijk Zamenhof.

Sluiten