Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den avond van den lsten Juli 1915 stond de hemel rondom Warschau in vuur en vlam. De wegtrekkende Russen verbrandden overal den oogst. Gouden tarwevelden vlamden heinde en ver in den nacht. In den vroegen ochtend trok een Duitsch regiment in marschpas binnen. Na meer dan een jaar stelde zich een nieuw Poolsch bestuur naast een Pruisisch veldheer. Ook nu hielden de soldaten niet van de Joden. Mager, arm, zonder invloed op het platteland, konden zij noch voor den krijgsdienst noch voor de voedselvoorziening van nut zijn. Kooplieden cuncurreerden slechts. Boycot en haat namen tusschen de volkeren toe. Ellende, honger, koude heerschten in de steden. Duizenden kinderen stierven. Lange rijen vrouwen wachtten op de trottoirs voor soepuitdeelingen. Brood ontbrak.

Aan Zamenhof ontbrak lucht in nog sterker mate. Om hem te redden, deed zijn vrouw hem naar het huis naast den Saksischen Tuin verhuizen.

Daar in Krolevska no. 41 zag ik hem in December 1916 voor het laatst. Hij sprak fluisterend. Hij ademde met moeite. Zijm zoon Adam verving hem als oogdokter in de Dzikastraat. Maar hij betreurde, dat hij de armen in die buurt moest verlaten. Alleen tusschen hen gevoelde hij zich thuis. Zijn broeder Alexander was juist in den vreemde gestorven. Zijn dochter Sofia was als dokteres verweg in Charkov. Brieven bereikten hem door den oorlog niet meer *). Droe-

*) Volgens brief no. 373 kon Zamenhof voor het laatst, en nog slechts door bemiddeling van G. Mahn in Berlijn, aan zijn dochter Sophie schrijven op 14Nov. 1915, nadat hij vier maanden lang getracht had, haar berichten te doen toekomen. Zij zag haar vader niet meer terug; zij vernam zijn dood elf dagen later (25 April 1917) uit een Russische courant, die het overlijden van den auteur van het Esperanto vermeldde (Originala Verkaro bl. 583—584). - Vert.

Sluiten