Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarnaar hij zoo lang gesmacht had! Maar reeds stikte hij. Hij wilde roepen. De stem stokte in zijn keel. Daar kwam zijn vrouw toeloopen. Zij hielp hem weer overeind. Helaas! reeds had het opgehouden te kloppen, dat hart, dat zoo sterk voor de menschheid had geklopt. Reeds was bevrijdende rust ingetreden.

Ach, mijn hart! Zou 'k dan na rustloos trachten Niet winnen in 't beslissend uur ? Genoeg nu! Staak uw wild gebons, Ach, mijn hart!

Op een donkeren, kouden, regenachtigen dag begeleidden de Esperantisten van Warschau de baar naar het graf. Vol droefheid zong de dichter Belmont:

Er kwam geen Pool om de resten te eeren

Van een Poolschen zoon, van een wereldprofeet

Ach hoe bloedde in mij mijn Poolsche hart

Arme Joden alleen gingen achter de baar,

Want een weldoend, teerhartig genezer ging heen.

Voor dien grooten familiekring, welks afgevaardigden hem ieder jaar op de congressen hadden toegejuicht, bleven de landgrenzen gesloten. Slechts enkele Polen, Grabowski, Belmont, de Duitsche scheepskapitein Neubart, konden een afscheidsgroet brengen in naam van dat verspreide volk dat hem liefhad en over de heele wereld beweende. Van de regeering: niemand. Eerbetoon: geen enkel. Alleen de volksmassa, de nederige patiëntenschaar uit het Jodenkwartier, m hun werkpakken.

Sluiten