Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelijk Tolstoi's begrafenis tusschen omringende dorpelingen, was dit het hoogste, het meest passend symbool. In wezen stierf slechts de ménsch, de 57-jarige man, de arme oogdokter. Maar het groote werk blééf. Oók: de bezieling van een reinen geest. Dat kon niet sterven. Regeerders zullen verdwijnen, de kleine-grooten die hem negeerden, zullen verdwijnen. Maar eeuwig zal leven en overal zal groeien het zaad van zijn denken. Reeds heiligen tienduizenden menschen zijn naam. Eens zal de geheele menschheid hem erkennen als leidsman naar broederlijke verzoening.

Op zijn schrijftafel ligt zijn laatste handschrift, met potlood geschreven, onvoltooid. Het was een ontwerp voor een artikel over de onsterfelijkheid der ziel. Wat geloofde hij zelf, die groote menschen vriend, die zijn geheele leven aan gedachten van éénwording wijdde? Wat was toch de grond van zijn geloof? Hoe dacht hij over de onkenbare dingen na den dood ? Over zichzelf was hij altijd zwijgzaam. Zelfs zijn naaste betrekkingen zouden het niet kunnen zeggen. Zij zagen slechts, hoe hij leefde: goedhartig, rein, bescheiden, behulpzaam, offervaardig, verwonderlijk geduldig voor allen, nooit kwetsend door woord of daad tegen wie ook, altijd sympathiek luisterend naar andere menschen, zelfs naar vervelende. Allen beschouwden hem als een heilig man, vrouw, kinderen, neven en nichten, vrienden, patiënten. In moeilijke uren kwam ieder tot hem om raad. „Hij heeft nooit gezondigd", zei de oude Poolsche dienstbode. Hoeveel beroemdheden zijn in de oogen van hun bedienden ooit groot gebleven ?

Op een vel papier van vier bladzijden was hij een intieme bekentenis aangevangen. De dood onderbrak hem. Drie bladzijden zijn met een verklarend voorwoord gevuld. Hij

Sluiten