Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemminge tot ernstige gevolgtrekkinge wil kom, hy hom in die geval van ongeleerde of ongeoefende skrywers ook oortuiend rekenskap moet gee van die afwykinge wat nie Nederlands, maar ook nie Afrikaans is nie. As die een reeks „foute" goed genoeg is om 'n teorie op te bou, moet die ander en groter reeks ook sterk genoeg waarsku om hulle ten minste te verantwoord, dit wil sê, as 'n mens werklik op 'n wetenskaplike sin wil aanspraak maak.

Dan kom ons by Kolbe, die „stilsittende reisiger" soos la Vaillant hom noem), wat so baie vorige reJsigers die les wou spelle, maar deur soveel meer na hom oor sy onjuishede weer betig is. Veral Mentzel, de la Caille en la Vaillant kon hom nie bra veel nie. Naas heelwat meedelinge oor allerlei taalgroepe en 'n lysie Hottentotse woorde (dl. I, bis. 429, v.v.) en tehvoorde (bis. 435) kom ook staaltjies voor van wat hy êrens „Hottentotsch-Hollandsch" noem (I, 121). 'n Paar hiervan is -deur Viljoen (ald., bis. 27) gesiteer, in die voetnoot hierby is al die gevalle by Kolbe

*) Hottentots-Hollandse voorbedde uit Kolbe se Reisbeskrywing : Uit deel I: / Pu makum goeds // gelyk zij stukken geschut, snaphanen en ander schled-geweer noemen ... (bis. 59). / Kobes ik jou ja Tc hemme versproken, ek zoo lang zal by u blyven, tot jou Husing de dubbeltjes betaalt hemme, gy ik hemme een oorfyg gemme, is dat braa ? wagt om als gy de dubbeltjes betaalt hemme, ik ja strakjes voort lopum zoo // Dat is: Jakop ik heb u belooft om zoo lang in uw dienst te blyven, totdat gy Husing zoudet betaald hebben. Gy hebt my een oorvyg gegeven, is dat redelyk? past maar op, zoo dra als gy het geit zult hebben betaalt, zal ik wegloopen. — En dit gezegd hebbende, sloeg hy op zijn achterste, en zeide / dat is voor jou // (bis. 121) / Hottentottum Brokqua, Duivel haal Domine van Amersfoort // dat is: Geeft aan de Hottentotten een stuk brood of tabak (416) / Ons denkum, ons altyd Baas, maar ons ja zienom. Duitsman meer Baas (bis. 477) / Duitsman ja musku slim, ons al te maal verraden (491) / En zij noemen deze plechtigheid / Anders makum zoo // t wel zoo veel betekent, als dat zij nu tot andere menschen gemaakt zijn (501 / Hachalze, Muatze, wat makum zoo? // dat is: Hoort eens, kykt eens, wat wil die daar doen? (502) / gy dit Beest fangum zoo, en nu dood maakum zoo, is dat braa, wagtum ons altemaal daar van loopum zoo // Zou gy het Beestje zoo vangen, en nu zoo doden, is dat wel gedaan, ziet zoo gy het doet, lopen wy allen bene (502) / Kamme niet verstaan //: ... ik kan zulks niet verstaan (504) / dat is Hottentots manier, die oud volk altyd zoo makum en daarom ons ook zoo makum (520) / Kenie die vieur (dX vuur, vir brandende brandewyn)

2

Sluiten