Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die Nederlandse volkskarakter in sy verkleinwoorde tot uiting kom. ,,Zijne goedaardigheid is zelfs openbaar in zijne dagelijksche taal, waarin verkleinwoorden eene hoofdrol vervullen. Gevoed door een stukje vleesch, gelaafd door een kopje thee, rookt men, onder het genot van een glaasje wijn, zijn sigaartje, een fijne sigaar, voor een dubbeltje gekocht, en met een lucifertje aangestoken, of vraagt men zijn kleintje om een zoentje, tenzij men het nog hebbe af te bedelen van zijn meisje, van zijn liefje. Ook is de god van een deel der Nederlandsche burgerij ons lieve Heertje, wien ter eere een ander deel een versje zingt. En klinkt het niet trouwhartig, dat: „willen we vast eventjes bidden", waarmee de eerzame huisvader ten onzent het ongeduld zijner hongerige huisgenooten tracht te paaien? ... Een volk, dat van verkleinwoorden houdt en in het gebruik daarvan zijn bescheidenheid en natuurlijke bedeesdheid bevestigt, blijft aan hartstochtelijkheid vreemd, en is bij uitnemendheid huizelijk. Binnen zijn enge grenzen beperkt, leidt het schier het leven eener groote familie, en verkeert het gaarne in een zachte feestvierende stemming."

Dat die beoordeling so veelkantig is, kan daaraan toe te skrywe wees dat die aard van hierdie „verkleinwoorde" ten dele verken word, dat die een meer dit, die ander meer dat, as die uitsluitlike verklaring vooropstel, maar nooit die geheel sien nie. Deur die grammatika s is ons daaraan gewoond geraad om noodsaaklik in hierdie gebruik 'n „verkleining" te sien, dit as die primaire aspek te beskou en der hal we dit ons wegspringplek te maak by alle soekry na die oorsake van die uitbreiding.

By die oorsig van die teorië wat die ontstaan van Afrikaans moet verklaar het ek op die gevaar van die houding gewys om 'n beskouing van buitekant af in te dra. Ons sal dit nog meermaals opmerk. Hier wil ek graag die duidelike uitspraak van Schuchardt aanhaal om te wys waarvandaan die gevaar dikwels kom. „Ueberall stossen wir auf Entwickelung; demzufolge muss das Sein aus dem Werden erklart, der genetischen Methode die Herrschaft zuerkannt werden. Sie betatigt sich allerdings in entgegengesetzte Richtungen, als ob Anfang und Ende vertauschbar waren. Die einen nehmen ihren Weg 'dal tetto in giu'; sie steigen vom Metaphysischen ins

Sluiten