Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sedertdien heb ik nog ettelijke malen links en recht negatieve eind-ni opgemerkt, bv.

dat is niets interessants niet.

dat wordt van zijn leven niet gebruikt niet.

Conclusie: Aarschot gebruikt zeker en vast de suppletorische negatie op 'n einde van den zin, en wel onder den vorm: ni.

Accentueering: Immer zeer zwakke bijtoon, de ni blijft duidelijk haar ni klem behouden en schijnt lang nog geen lust te hebben verder tot ne af te slijten. Ik zou dat ni het negatief zinsencliticum heeten.

Gebruik: Daar kan ik bij gebrek aan voldoende materiaal geen vaste regels voor geven. Ni wordt gebruikt. Volgens vaste rgels ? Dat betwijfel ik. Ik stel me voor dat dit enchticum altijd wegblijven kan. Zuiver-psychologische factoren kunnen het bijroepen. In welke gevallen echter is dat .facultatief' gebruik mogelijk en in welke niet? Daar sta ik ,paf' voor! ... De voornaamste negatie schijnt door haar vorm geen invloed te hebben op het al of niet gebruik van eind-ni, daar dit voorkomt zoowel na: niet, niets, als na: nooit, niet meer, geen, niet meer, enz., dus na alle soorten van negaties!"

Hierby moet onthou word dat dr. Pauwels self 'n dialektoloog is, en hy moes eers op die verskynsel attent gemaak word om dit op te merk 1

Prof. F. Baur verseker my dat die tweevoudige m'e-verskynsel hom herhaaldelik in seker dele van Zeeland opgeval het, byname in die hoek Breskes, Cadzand en Sluis. Sinnetjies soos / Das ni waar ni / ik heb het nie gezien nie // is in die streek heel gewoon.

Dieselfde vraag oor die voorkoms van tweemaal-nie in die dialekte het ander geleerdes gestel en het telkens sonder resultaat die ondersoek moes opgee. So het dr. J. J. le Roux hom heelwat vrugtelose moeite in die rigting getroos (Sintaksis, I, blss. 168-9). Na aanleiding, van 'n „toevallige mededeling" dat die verskynsel in Blankenberge bekend sou wees, het hy hom tot prof. Vercoullie (uit Gent) gewend, wat „berig (het) dat die konstruksie aan studente uit verskillende dele van Wes-Vlaandere (Brugge, Oostende, Blankenberge) onbekend is" (bis. 169). Opvallend bly dit dat mense self dikwels van 'n taalwending gebruik maak of kan

Sluiten