Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

ZONDE EN ZONDEBESEF IN DE HISTORIE.

Deel I. Katholieke en Reformatorische Zondeleer.

In het Protestantisme van allerlei schakeering heeft de leer van de zonde steeds een groote rol gespeeld; zij is daar ongetwijfeld meer centraal dan in het Katholicisme: de tegenstelling van zonde en genade, deze twee in zeer volstrekten zin opgevat, beheerscht er sterker het leven en de leer. Dit verschijnsel vindt zijn diepste oorzaak in de religieuze belevingen der Reformatoren, die, in verband met hun in veel opzichten nieuwe Godsvoorstellingen, ook tot een anders getint zondebesef moesten komen, hetwelk dan weer zijn uitdrukking vond in de oudProtestantsche z ondeleer, waarin sterker, veel sterker dan in het Katholicisme, de godsdienstige denkbeelden en begrippen zich bewegen om de beide polen zonde en genade. Reeds bij oppervlakkige beschouwing der Katholieke en Reformatorische zondeleer valt het op, dat, bij alle onderlinge verscheidenheid van gedachten, de bespiegeling en bespreking zich steeds weer op hoofdzakelijk vijf hoofdpunten richten: i°. de zonde in het algemeen (peccatum in genere), 2°. de eerste zonde, de Adamszonde (peccatum primum of originans), 30. de erfzonde (peccatum originatum), 40. de daadzonde (peccatum actuale), in de Katholieke leer op allerlei, soms zeer spitsvondige, manieren verdeeld x), en 50. de leer der vrijheid (liberum arbitrium). En zonder twijfel is het een der zwakke kanten aan de zondedogmatiek, zoowel in het Katholieke als in het Protestantsche kamp, dat men de vraag, waarop het aankomt, de vraag naar het wezen van de zonde, te veel schuil heeft laten gaan achter de overdenking der onder i°—5° genoemde punten of haar steeds weer heeft vastgekoppeld aan de vraag naar het ontstaan der zonde, een vraag, die heel belangrijk blijft, maar die, als zij allen nadruk krijgt, de hoofdvraag: wat is zonde, schade doet2). Het is alleen bij de heel grooten, hier en ginds, dat wij van die zelfverdieping, welke naar de kern van het zondebegrip voert, iets aantreffen, bij Augustinus

1) Ik denk hier aan de verdeeling in vrijwillige en onvrijwillige of in onwetendheid begane zonden, peccata clamantia et non-clamantia, mortalia et venialia, en andere, over het algemeen voor ons weinig bruikbare onderscheidingen.

') Verg. wat Th. Haering in zijn „Christliche Glaube" 2 S. 327 over de Reform, zondeleer opmerkt en wat evenzoo van de Kathol, geldt: „Nach sehr allgemeinen Bemerkungen fiber die Sünde überhaupt eüte die Darstellung zum Sündenfall und seinen Folgen, zur Erbsünde in der doppetten damaligen Bedeutung des Worts, wonach sie die Ursünde des ersten Menschen als Ursache der Sünde des ganzen Geschlechts ist und die in jener verursache Sündhaftigkeit des Geschlechts. Dann folgte zwar ein ausführlicher Abschnitt fiber die Tatsünden, aber ohne klaren Zusammenhang mit dem vorhergehenden und dem darauffolgenden letzten, über die Unfreiheit des Willens. Von dem uns allen Nachstliegenden, van dem Wesen der Sünde, wird also der Bliek sofort weggelenkt auf das Fernste, den Ursprung der Sünde überhaupt.

Sluiten