Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehoorzaamd en gediend. „Necesse est aliquos homines ad beatudinem pervenire" *). Dat is Gods wil, dat vraagt Zijn eer. Hem eeren wil zeggen zich aan Zijn wil onderwerpen, derhalve is 's menschen zonde zijn ongehoorzaamheid, die de van God gewilde ordeningen tracht te verijdelen.

Wat bij A n s e 1 m u s treft, is, dat hij de geestelijke elementen in Augustinus' zondeleer consequent heeft vastgehouden en scherp • heeft uitgesproken, de gedachte der schuld heeft geaccentueerd, maar die der concupiscentia, als zou zij zelve zonde zijn, heeft afgewezen.

Het zou te ver voeren om een ook maar eenigszins volledig overzicht te geven: aan figuren als Abaelardus en Victor van St. H u g o gaan wij voorbij, noemen terloops nog Bernard van Clairvaux, den vromen mysticus, wiens innige persoonlijke vroomheid en Jezusmystiek aan zonde en genade een eigen kleur geschonken hebben, al blijven ook hier de Augustinische termen bewaard. De zonde, die, zoo leert Bernard, „non solum personam infecit sed et naturam" *), kan alleen verjaagd worden door Christus ui Wien God ons openbaar wordt: een drievoudige werking gaat van Christus uit, immers, Hij laat ons God bewust worden, Hij leidt tot het goede en Hij vereenigt met God; hiermee gaat parallel 's menschen verlangen naar den drievoudigen kus: hij wildevoetenvan Christus kussen hun namen zijn veritas en misericordia, welke de zonde veroordeelen en vergeven, hij wil Christus' handen kussen, opdat bij van den Heer de kracht tot goede werken krijge, en hij wil ten opperste den kus van Christus mond genieten en zoo de hoogste en reinste extase beleven ») B e r n a r d 's mystiek is vol van de „passio Christi", die overdacht en overpeinsd moet worden: het is deze „passioChristi", die den mensch tot zondebesef en tot zondeverlossing brengen kan: quid enim tam efficax ad curanda conscientiae vulnera nee non ad purgandam mentis aciem quam Christi vulnerum sedula meditatie-? *).

Uit den tijd der scholastiek noemen wij Thomas van A c q u i n o, den intellectualist, en Duns S c o t u s, den Voluntarist. Aan Thomas' gedachten zal zich later het gezaghebbend Tridentmum aansluiten.

Thomas leert, dat de zonde „carentia justitiae originalis", verlies van het donum superadditum" is. Deze carentia is echter den mensch als schuld aan te rekenen. Het gevolg dezer schuld, de straf Gods, is de heerschappij der zinnelijke lust: de concupiscentia kan zich ongehinderd ontplooien. In het uit Adam voortspruitend menschengeslacht plant zich nu de zonde van den eersten mensch aldus voort, dat deze concupiscentia vleesch en ziel van elk individu onrein maakt. Zoo wordt zij op haar beurt weer bron van zonde zelf.

Dat zijn gedachten, die sterke verwantschap met die van A u g u s 11 n u s hebben. Eenerzijds wordt het persoonlijke, schuldige karakter

*) Ibid., I, 25.

*) In cant. serm., 6o,

*) Ibid., 6, 8, o.

«) Ibid., 62, 7.

Sluiten