Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der menschehjke persoonlijkheid, en — daarmee samengaand — die Van vrijheid en verdraagzaamheid: dat deed de Remonstranten in hun geloofsleer, naast alle verwantschap, vooral ten opzichte van zonde genade en geloof anders denken dan hun Calvinistische tegenstanders' Intusschen, het Calvinisme, in de Dordtsche canones nog eens streng geformuleerd (hoewel hier en daar een mildere houding te bespeuren valt!), is als overwinnaar uit den strijd gekomen en het heeft in den loop der 17e eeuw nog terdege van zich laten spreken. Het grimmige leerstuk der uitverkiezing en verwerping zal het hart der ii. ?]Ien-' »onb€kwaam tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad» zal het devies zyn, waarmee de kerk optrekt tegen alles, wat naar Remonstrantisme nekt. Namen van onvervaarde voorvechters komen ons voor den geest. VVy denken aan V o e t i u s, uitermate fanatiek- ascetisch man, onverbiddelijk kampend tegen wat hij, vanuit zijn star-Calvinistischen k«k,als zonde en verdorvenheid meent te moeten veroordeelen Maar meer nog krijgt V o e t i u s' naam klank, wanneer wij hem: met

Piëtistische kringen zien worden. HetPieHsmef Heppe heeftin zijn nog altijd lezenswaardig boek over Piëtisme en Mystiek in onze vaderlandviltS*?a™eerste gedefinieerd als: „das Strebennach Vervollstandigung der Kirchenreformation des sechszehnten Jahrhunderts, als emer bloszen Reform der Lehre, durch Erweckung der

dSïï.^^f0rm d6S Lebens"1)' Kg^jk al van ouderen datum zijnde, immers in ons land reeds dagteekenend van het begin

tZr,l eeVW^,hTftJd?t Pietism* hier zoowel als eld«s er den vollen nadruk opgelegd, dat de kerkelijke leer, welker inhoud echter nooit werd aangerand, groote schade kan doen aan het kerkelijk en godsdienstig ÏS'ZSSi?,L gaat, wat al te vaak geschiedt

Aldus vormt het Pietisme, met zijn accent op de waarde van het innerlijk leven en de „praxis pietatis", een gelukkige reactie op die godsdienstii-

JL* ^ hCjVeVen dC ker hCeft d0en °PSaan PietisSsche kringen doen zich gelden, nu in de i7de, maar ook straks in de i8de

hm'JZLf? T"** verschülend» maar alle overeenkomend in hun protest tegen elke verstarring en óverheersching van het dogma m hun strijd met de wereld en wat van de wereld is geworden de S en de officieele godsdienstigheid. Overeenkomend ook alle in hun duidewa JïS?Z °? ^ menSchdijke Reinheid, onmacht en niets-

7Z*££fSri2£van CTeatuur,ijkheid en zonde •

h^V°°l Lfodensteyn is de zonde „verdoemelijke eigenliefde"

S/^elf-Z°lken Cn Zich2elf het 2ich ^ Plaats van

God to: komng kronen »). En tot zijn levenstaak heeft hij he? gerekend r f " al haar openbaringen op te sporen, aan te wi£en en te veraLezonX'rf v 5 * gemeenschaP van wedergeborenen te maken, Sfl di Vn?^ 0nreinen' »*? dene« nichts anderes als das Gegen01611 der Selbstverleugnung, Gleichgültigkeit gegen Gottes Wort,

namentlicï^ SSe^^aRï? f. ** ta

*) Verg. P. Jzn. Proost, JodY v. Loderlstein, 1880, blz. 107 en elders.

Sluiten