Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onzent plaatsen. Blijkenzal, dat de Moderne Theologie in ons land, hoezeer zich ook veelal in traditioneele terminologie uitdrukkend, hoezeer ook, wat het object van ons onderzoek aangaat, de analyse van het godsdienstig gemoedsleven missend, toch, sterker dan de vroeger genoemde stroomingen, aan den nieuwen tijd met zijn meuwe geestelijke factoren en tendenties tol heeft betaald.

Alvorens dat nader te bezien, is het nu het geschikte oogenblik om, wat systematischer dan wij tot dusver deden, een overzicht te geven van die factoren, stroomingen en strekkingen, welke, in de xV maar sterker nog in de 19de en evenzoo in de huidige eeuw, gewerkt hebben, en het nog doen, om in breede kringen een wijziging van religieus besef, te veroorzaken, althans van dat karakteristiek Christelijk besef, waarin zonde en genade, verworpenheid voor God, erfzonde en erfschuld een cardinale rol spelen. Daarna kunnen wij dan den invloed dezer machten en krachten op de dogmatiek, in casu de zondeleer, der laatste 50, 60 jaar nagaan. — .....

Wij stellen dus de vraag, welke factoren er te noemen zijn, die, in 18de 19de en 20ste eeuw, wijziging, ja verzwakking hebben bewerkt van die zonde- en schuldgedachten, welke wij in de Reformatorische geschriften, in de oud-Protestantsche dogmatiek en ook in de ontwikkeling onzer vaoerlandsche theologie hebben waargenomen. Want dat de Augustinisch-Luthersche gedachten over de ganschelijke verdorvenheid des menschen of over de „massa perditionis , dat, in het algemeen, die radikale samentrekking van het levensgebeuren op de beide polen zonde en genade vanaf, laat ons zeggen, de 18de eeuw in verschUlende kringen oppositie vonden, dat er een levensbesef gyoeide, dat zich tegen dat alles verzette, dat lijkt ons onweersprekelijk en hebben wij boven reeds gedeelteüjk trachten aan te toonen. Daar wezen wii op de Aufklarung. Nu noemen wij daarnaast:

ie Het Duitsche Idealisme. Het moge wat vreemd klinken de namen dezer twee zoo hoogst belangrijke perioden uit de geestelijke cultuur van den nieuwen'tijd, Aufklarung en Duitsch-Idealisme, m één verband naast elkaar te plaatsen, daar de verschalen tusschen deze twee, tusschen „das selbstkluge Jahrhundert" met zijn verstandsverheerlijking en redegeloof èn dien wonderrijken tijd, die daarop volgt die met de onstuimige lyriek en gevoelsextase van de „Sturm und Drang" begint en in het klassieke denkgebouw van H e g e 1 zijn bekroning vindt, wel vele zijn. En toch gaan, althans wat m het bijzonder de vraag betreft, die ons hier interesseertAufklarung enRealisme samenTimmers, van de tragische werkeHjkheid, welke met het oude woord „zonde" wordt aangeduid, van de, uit een radikaal dualisme geboren spanning, welke daarachter ligt, van de levenswaarheden, die m begrippen als „schuld" of „erfzonde" besloten liggen, werd zoomin hier als daar veel beseft. Voor de mannen der Verlichting waren al deze woorden zoovele „Gespenster" uit dogmatische tijden, die men nu we achter zich waande te hebben, en voor de „Ritter des Geistes , hetzy dezen nu in een aesthetisch monisme en humanisme, hetzij in een grootsch spekulatief denkgebouw gevangen zaten, waren het of wanklanken, die men niet dulden kon, wijl zij rauw verstoorden het schoone

Sluiten