Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij konden slechts aanwijzen, een enkelen naam, richting en citaat geven. Genoeg echter om er op te wijzen, dat dit monistisch idealisme— hoe dan ook nader uitgewerkt — voor de Reformatorische en oudkerkelijke zonde- en schuldgedachten, met hun achtergrond van radicaal dualisme, weinig ontvankelijkheid vertoont, en, in het algemeen, van het positieve, reëele en irrationeele karakter der zonde weinig wil weten. —

2°. Ik denk voorts aan die vele en verschillende factoren, die 18de en 19de eeuw ons laten zien en waarop ik ook boven (blz. 36 e.v.) reeds doelde, factoren welke vooral door Ernst Troeltsch klassiek zijn geformuleerd. Hij wijst er op, hoe het oude exclusieve supra-naturalisme geleidelijk-aan werd doorbroken, dat supra-naturalisme, dat God plaatste hoog boven deze wereld uit en alleen door wonderen en mirakelen dien God met deze aarde en haar stervelingen deed verkeeren datsupra-naturalisme,dathet Christendomeen heel aparte uitzonderingspositie boven alle andere religies gaf. Met dit supra-naturalisme wordt dan ook de nauw daarmee samenhangende erfzondeleer, de leer van de volslagen onmacht van den aardschen mensch, die het heil slechts kan verwachten van den God, Die uit Zijn hemelen zich tot hem buigen wil door de zending van Zijn Zoon, aangevallen. Immers „ist der kirchliche Supranaturalismus gefallen, so wird Raum für eine friedliche Entwickelung der Kultur aus ihren allgemeinen menschlichen Ideën, und wird der Glaube und Optimismus möglich der sich an diesem Werk wagt.... So ist denn.... die Ersetzung der Erbsündenstimmung duren die Fortschrittsstimmung das Werk der neuen Zeit, klar in der Negation und in der Fortschrittsbegeisterung.... damit verblinden eine völlige Anderung der religiösen Stimmung". Het religieus levensgevoel heeft het Godsgeloof vastgehouden, „nur nicht in den Gefühlen der Reue und der Sündenvergebung sondern in dem Enthusiasmus des Fortschrittsglaubens, und des Zutrauens zur Zweckmaszigkeit und Güte m der Welt" Vernietiging van het kerkelijk supra-naturalisme, daarnaast vooruitgangsgeloof, zooals dit in het i9de eeuwsche liberalisme met zijn optimistische waardeering van 's menschen eigen kunnen en kennen wel het duidelijkst spreken gaat, een andere houding van den mensch tegenover deze wereld, die met haar goederen niet langer zóó uitsluitend als terrein des Boozen kan worden aangezien, een andere houding ook tegenover het natuurlijke, zinnelijke leven, dat zijn stempel van verdorvenheid en verstriktheid in het kwade gaat verliezen en waarde in zichzelf ontvangt, sterker besef dus van de eigen waarden der kuituur, grooter zelfvertrouwen, bhjder lust in de wereld en in den wereldschen arbeid. Ziethier enkele factoren, enkele strekkingen van den nieuwen, den „modernen" tijd. Dat deze „moderne" tijd niet met een paar jaartallen te omgrenzen is, spreekt vanzelf. Dat hij in de meeste der hier genoemde factoren terugwijst naar de Aufklarung en verder nog naar de Renaissance, is duidelijk. Het is deze laatste immers reeds geweest, die, vóór alles, den onmondigen, en door de kerk onmondig gehouden, mensch op eigen voeten heeft willen plaatsen, de

d GegenIwart7IltS^,, Pf0test- Christent-u- Kirche i. d. Neuzeit, S. 374 (in: Kultur

Sluiten