Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

monisüsch-evolutionistische theorieën heeft uitgedrukt. Maar in elk geval: de ontwikkelingsgedachte, op dit terrein toegepast, ontneemt de zonde haar element van opstand tegen God, ontneemt haar het karakter van vijandige, irrationeele macht — welk element en karakter m de oude behjdenisgeschriften toch zeker tot uitdrukking komen — en maakt haar tot iets negatiefs, een „nog-niet" op den weg naar hooger een stadium, een etappe, terwijl daardoor ook het zondebesef beroofd W»fJT «.Ian am schuld" en ▼erantwoordeKjkheidskarakter, maar onvermijdelijk een noodwendigheidskarakter, een stempel van gedetermineerdheid ontvangt.

Dit evolutionisme, bij Darwin op zuiver biologisch terrein gehouden, pij b p e n c e r ook op geestesgebied toegepast, is van een zeer grooten invloed geweest in de tweede helft der vorige eeuw. Het heeft niet alleen het philosophisch en theologisch denken doortrokken, maar ook het algemeene denken en voelen in zijn ban geslagen, en vaak zal het wel zijn gegaan als E u c k e n opmerkt: „Berauscht von dem Gedanken einer Entwickhmg, eines Fortschritts ohne Ende, eines unbegrenzten Besser-und Besserwerdens aller Dinge .... schwarmen Viele heute fur Entwicklung, ohne über das Was und Wie, das Woher und Wohin sich ïrgend welche Sorge zu machen." »)

Maar dat dit evolutionisme den ernst van het zondebesef met wat daaromheen ligt schuld, verantwoordelijkheid, berouw, ten zeerste heeft verzwakt, dat staat wel vast.

Nauw verbonden met dit evolutionisme is als derde metaphysische tendenz uit de realistische periode der vorige eeuw het determinisme te noemen. Ook hiervan geldt, wat van het materialisme en evolutionisme geldt: het is ouder dan de 19de eeuw, het is te vinden in alle eeuwen, maar de iqde eeuw gaf het zijn eigen typisch stempel. Hetzelfde naturk Jisme dat het evolutionisme zijn basis geeft, is ook de voedingsbodem van het determinisme. De ervaringswereld met hare alom aanwijsbare causaliteit laat ook den mensch hoe langer hoe meer als een gedetermineerd wezen zien, gedetermineerd door „race, milieu et moment", door opvoeding en omgeving. De mensch is product van maatschappelijk* mvloeden:het is straks het historisch materialisme, dat deze gedachte in dogmatischen vorm zal gieten; zijn doen en laten is bepaald door verleden en heden beide, zijn handelingen berusten niet op willekeur gaan niet uit van eigen vrije keuze, maar zijn schakels in lange ketens! die met verbroken kunnen worden. Het is het moderne strafrecht dat, op grond van dit determinisme, misdaad en misdadiger milder gaat beoordeelen: men ziet de gebondenheid van het menschelijk wezen aan zoovele factoren die „hij niet helpen kan", het „tout comprendre c'est tout pardonner wordt de populaire omschrijving van wat dit strafrecht m zijn pracbjken veelal zien laat. Hoe dit een onverrnijdelijke verzwakking van het zonde- en schuldbesef — dat immers op de een of andere wijze naar vrijheid en verantwoordelijkheid wijst — met zich brengt, behoeft geen verder betoog.

6e. Dat ook het socialisme en wat aan nieuwe levensrichting en

*) Eucken, Geistige Strömungen der Gegenwart, 1920, S. 220.

Sluiten