Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemde factoren. Laten de meer conservatieve theologen het minst hierdoor beroerd worden, de meer links georienteerden daarentegen blijken in hun geloofsstelsels open te staan, bewust of onbewust, voor „den nieuwen tijd". De immanentie- en evolutiegedachten, maar vooral ook de monistische strekkingen van dien „nieuwen tijd" gaan aan de dogmatiek niet spoorloos voorbij. Wij zullen ook later nog gelegenheid hebben op de monistische en evolutionistische tendenzen te wijzen welke Schleiermacher's Glaubenslehre vertoont. Zonde wordt daar, negatief, als zinnelijkheid opgevat. Het is de zinnelijkheid, die den geest, het Godsbewustzijn in den mensch, remt. „Wir setzen alles als Sünde was die freie Entwickelung des Gottesbewusztseins hemmt das Böse ist an sich nichts und kommt nur zum Vorschein mit dem Guten zugleich inwiefern dieses als ein Werdendes gesetzt ist — Sünde ist das ursprüngliche Nichtvernunftsein der Natur".1) — Invloed van nieuwere stroomingen valt ook bij A1 b r. R i t s c h 1 te bespeuren, wiens erfzondeleer wij eveneens later nog zullen bezien. Reeds vóór hem waren er geweest, die, onder invloed van Verlichtingsideeën, critiek leverden op de imputatie der erfschuld en de opvatting van den mensch als absoluut boos en verdorven. Maar R i t s c h 1 zelf ook, de oude erfzonde-idee vervangend door het „Rijk derZonde",dat opgevat wordt als het geheel der vijandschap tegen Gods Rijk en opgebouwd wordt uit de handelingen der individuen, die door wisselwerking, beïnvloeding en — dit niet 't minst! — overerving een algemeenen, over gansch de aarde zich uitbreidenden, zondestaat scheppen, geeft maar al te duidelijk blijk naar de moderne wetenschap met haar overervingsleer en haar wetten omtrent psychologische en sociologische gedetermineerdheid geluisterd te hebben.») En slaan we — om nog eenderden naam te noemen — de dogmatiek van B i e d e r m a n n op, dan ligt monistische invloed voor het grijpen en toont deze dogmaticus zich een goed leerling van H e g e 1, als hij b.v. spreekt van de zonde als „die in fleischlicher Selbstsucht widergöttliche Selbstbestimmung des endlichen Geistes".3)

Monisme, Hegelsch gekleurd, evolutionisme, daarmee gepaard gaande een sterker waardeering van het menschehjk wezen, wat zich weer uit in een afwijzen van de oude Reformatorische erfzondeleer, die

in Ritschl's school — vervangen wordt, ook weer onder invloed

van overervingsleer en determinisme, door een Rijk-der-zonde-gedachte, waarin het psychologische en sociologische element een groote rol spelen: ziethier zeker de inwerkingen van den „nieuwen tijd" op de zondeleer der Duitsche dogmatiek van de vorige eeuw, waaruit kan blijken, dat het van de bovengenoemde zeven factoren vooral de ige eeuwsche metafihysica is, die hier van invloed is!

Maar ook in ons eigen land, buiten de grenzen der Moderne Theologie, bemerken wij dien invloed. Wü denken aan de neo-Calvinisten. Dr. C. B. H y 1 k e m a heeft indertijd in een vergelijkende historische

i) Schleiermacher, der Christliche Glaube, § 66, i; § 91.

*) A. Ritschl, Lehre der Rechtfertigung und Versöhnung, III % S. 300.

») Biedermann, Dogmatik *, II, S. 571 u.f.

Sluiten