Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geslacht, de oude woorden zonde en genade centraal heeft gesteld, de prediking over den verloren zoon en den genadigen Vader weer in het middelpunt heeft geplaatst, beseffend, dat de Christelijke religie vele tonen kan laten klinken, maar de diepste toon is en blijft die van het schuldbesef van het zondig, onheilig menschenhart, dat uit de diepten van eigen innerlijke verdeeldheid en verscheurdheid roept om de genade Gods. „Overal de aanvaarding van een a-logische levensrealiteit, van „das radical Sinnlose", van wat zich in de theologie dus openbaart als het vraagstuk der zonde, de zonde, een stuk van Gods werkelijkheid en tegelijk, naar ons diepste besef, het volstrekt antigoddelijke, het volstrekt redelooze". *)

Dat ook deze malcontente, rechts-moderne stroom van het Modernisme zijn oorzaken vindt in factoren van het geestelijk denken en voelen onzer dagen, behoeft geen betoog. Wij noemden er reeds één, toen wij Pierson's woord aanhaalden: ongetwijfeld heeft onze eeuw voor deze tragische spanningen des levens meer oog gekregen dan een liberalistisch, optimistisch geslacht voor ons. Terwijl het oud-moderne zondebegrip den invloed van het optimistisch en evolutionistisch denken onderging, het monisme bovendien er zich van meester maakte, heeft het sterkere pessimisme ten opzichte van wereld en mensch—dat pessimisme, dat 's menschen onheiligheid en distantie tegenover den heiligen God accentueerde—zijn stempel op het zondebesef der Rechts-modernen gezet, dat zondebesef weer gemaakt tot besef van het donkere, booze, anti-Goddelijke, dat er is, onverklaarbaar, in en om den mensch, en dat er toch niet mag zijn, dat ten slotte niet buiten God omgaat, natuurlijk niet, maar toch als het niet en nooit door God gewilde wordt verstaan en daarom als bittere schuld beleden, zondebesef als opstand tegen God, als positieve Godverlatenheid, als kwaad, dat niet slechts doorgangsstadium mag heeten, maar als datgene ons openbaar wordt, dat ons met den apostel zuchten doet: Ik ellendig mensch ....! „Het is tegen God, dat wij zondigen, slag op slag, wijl wij zondaren zijn. Tegenover Hem zijn wij niets anders dan zondaren. Ons binnenste, in Zijn licht bezien, deugt niet". *) „Wij zijn zondige menschen. Wij gevoelen onze natuur verbonden met het kwade. Dit is ons een macht, die ons levensgeluk wil vernietigen, onzen vrede rooven, onze lichamen sloppen, onze samenleving verderven en onze toekomst verdonkeren. Daarom zoeken wij naar licht en verlossing, zooals de menschheid vóór ons daarnaar heeft gezocht"3.)

Wij eindigen ons historisch overzicht. Het was ons er om te doen, in groote trekken het verschijnsel „zonde en zondebesef" in de Katholieke en Reformatorische, daarna in de Hollandsche theologie na de Reformatie na te gaan. Het beslaat er een groote plaats. Het ontbreekt nooit. Telkens openbaart zich in 's menschen verhouding tot God dat typische kleinheids - en onwaardigheidsbesef, dat besef niet te zijn en te handelen zooals men moet zijn en handelen.

*) Roessingh, Verz. W., I, blz. 204. *) Heering, Zonde en Schuld, blz. 42.

8) Agnotos, Reactie of Vooruitgang, Th. T., 43ste Jaarg., blz. 178.

Sluiten