Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- voor psychologische belangstelling. Wie dat wel meent, verandert bet begrip, want de zonde wordt dan een toestand. En dat is zij nu

Ibnnr^ 'ï "*? ^ 06 ZOnde *** T8n ««* »ekte,

abnormaliteit, een vergift, een disharmonie spreekt, is haar begrip ^. vervalscht». *) Wanneer men toch over de psychologie der zonde ^^J^^nindezenzm, dat de psychologie zich slechts bezig "U£n me* de de zonde kan worden, niet dat zij wordt

St ^.n™ ^y^°l0gieJ ^ *Ueen den «toestand teekenen tot aan ïonï SS' tf * T-de 0 °ntstaan' dit geboren woeden der

SÏJf 1 ^ gf Waarm dC l*^010** «ooit kan binnenleiden. 2L i-l V* ho°gstens tot 8811 de P00* van het zondefeit, zij maakt duidekjk, hoe inde natuur des menschen de mogelijkheden liggen, die tot

dLT UnnCn lfAen' Cn' ** d0ende' staat 2i' om zoofe zeggen in ™ ? ,?? fdefe wetenschap, <"> slechts wacht tot zij klfar is, om dan zelf te beginnen en te onderzoeken, wat de psychologie niet onderzoeken kan Dat is de dogmatiek. Psychologie en dogmatiek «^JFS™ S£ll k e « " ' d elka»der aan: de eerste ondeTzoekt de reeele mogelijkheden der zonde, de tweede verklaart, of tracht te verklaren haar idièele mogelijkheid. Hoe Kierkegaard nu deze psycho ogische mogehjkheden verder aangeeft en uitwerkt is zeer de moeite waard te overdenken - hier speelt het begripT^S

tat^on1n5JS^• WaaT menSCh »** als g^st,maar als ziel m een onmiddelhjke eenheid met zijn natuurlijkheid is bepaald», ver-

wefkeSmMan; ^ WOrdt geteekend ^ »een vreemde macht W? LJ - menSch) «"» die Wj niet liefhad, maar die

hem ontzette en waaraan de mensch zich toch overgeeft- zii inaakt den mensch schuldig-onschuldig en is dus de mogelijkheidl to?z™d1" waar het echter voor ons op aan komt, is, dat Kierkegaard in dit alles met nadruk uitspreekt, dat het wezen der zonde zelve door deze psychologie nooit gevat wordt en worden kan, wijl de zonde zelf aiuid van quahtatieven aard is, altijd een sprong beteekentdie door a le voorafgaande psychologische overdenkingen over de voorwaariTwdï

Zl Z eide,n* n°£.te VCrklaren h « alle quantitatievebepalmlen ten eenenmale ontsnapt. „De zonde treedt als het plotselinge

Zr^ZTZZtdrn ^ dC h0°gSte «™«tatiePve bepaaMhe d verklaart den quahtatieven sprong evenmin als de laagste".3) De psychologie heeft bij Kierkegaard slechts provisorfechV

S Wdt'J?ieidendt waar de zaak zelve'aanTolue

5 ^.teru«' kan *ï ^ woord niet meer spreken. hjkt ™i m beginsel[juist. Zonde is geen object van psychologisch onderzoek, kan dat niet zijn. En met Kierkegaard meen ik het laatste woord (het laatste, dat menschen tegenover het zonde-mysterie kunnen spreken) is aan de dogmatiek. Intusschen geloof ik niet dat voor de

w?a?utgdrtel ZZ 0VTblijven de analy*e ™*^*£KJÏ

waaruit dan de zonde als „sprong" geboren worden kan, gelijk

*) Kierkegaard, gec. w., blz. 17. *) Ibid., hfdst. I, § 5. " *) Ibid., blz. 37 en 46.

Sluiten