Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat de zonde in het Christendom alleen gekend kan worden vanuit haar tegenpool, de Goddelijke openbaring van heiligheid en liefde dat is een uitspraak, waarin Kierkegaard niet alleen staat' Om „zonde en genade" heeft Schleiermacher zijn dogmatisch werk zeer bewust laten cirkelen, R i t s c h 1 schreef, dat „das Evangehum von der Sündenvergebung der Erkenntnisgrund unserer Sündhaftigkeit is1), K a f t a n sprak van „der Wille Gottes .. das Erkenntnispnnzip der Sünde" *), Haering»), Mund 1 e4), Au 1 èn5) evenzoo. Het is maar de vraag, hoe wij dezen Goddelijken openbaringsnorm nader hebben te bepalen.

Wij hebben hem nader te bepalen in Jezus Christus. In Hem krijgt m ons geloof Gods Wil en Liefde vorm en gestalte. Tegenover Hem en nog nader uitgedrukt, tegenover Hem als den Gekruisigde, worden wij persoonlijk en gemeenschappeKjk, ons onze zonde het scherpst bewust! „Was es um die Sünde eigentlich und in ihren tiefsten Grimden ist das wird erst an dem Kreuze klar".«) Het is het Christuskruis, dat den mensch tot die allerdiepste zelfkennis brengt, die, naar Kaftan's woord „wortlose, bittere Selbstverurteilung" is. Uitvoeriger komen wii hierop terug (zie ditzelfde hoofdst., § 5, 40).

Zoo meenen wij, dat het Christelijk zondebesef, dat wij nader willen onderzoeken, die zelfkennis beduidt, die ontwaakt, wanneer de mensch zich stelt onder het oordeel, het gericht van dien heiligen norm, dien de Christen belijdt in Zijn God, een zelfkennis, welke het duidelijkst spreekt, wanneer de Godsopenbaring in Christus' Kruis den mensch grijpt. Zonde is m het Christendom niet slechts overtreding van de maatschappelijke orde, niet slechts sociale of ethische fout, zonde is altijd en ten diepste zonde jegens God, is dus een specifiek religieus woord: het stellen van onzen persoonlijken wil tegenover Zijn Goddelijken wil. Daarom kan zondebesef niet gelijkgesteld worden met spijt, schaamte of teleurstelling over onvolkomenheden of misstappen t.o.v. maatschappij of medemenschen, maar kan zijn kern alleen gevonden worden daar, Wa.av-, mensch bewust zich buigt voor een Macht, die boven alle tijdelijke en gegeven macht uitgaat, Gods Macht. Alleen daar, waar een geloofsverhouding bestaat, waar de mensch weet heeft van een bovenwereldlijken norm, dien bij vindt in de Goddelijke openbaring, welke zijn leven beheerscht, alleen daar zal ook dat eigenaardige besef kunnen leven, dat wij zondebesef noemen en dat nu nader te onderzoeken is. —

De weg, dien wij nu volgen, is deze, dat wij allereerst laten zien, hoe het zondebesef een zeer gecompliceerden bewustzijnsinhoud blijkt te hebben: het is afhankelijk, ondergaat althans den invloed, van verschillende religieuze en ook niet-religieuze krachten. Dat geconstateerd

\\ £ £itscU> Rechtfertigung u. Versöhnung, III, S. 310. *) Kaftan, gec. w., blz. 336. ó *) Th. Haering, Chr. Glaube, S. 329.

W Mundle Sünde und Schuld (Z.f. Th. K., 1920, S. 176 u. 177.) •) G. Aulén, Ons Alg. Chr. Geloof, blz. 233. GewiLn.i^s! 4? Bedeutung des SBlinetodes Christi für das christliche

Sluiten