Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebbende, klemt voor den Christen de vraag des te sterker, wat dan toch wel de religieuze kern mag zijn, in het zondebesef aanwezig. Wij meenen, dat hier door Rudolf Otto,doorde Zwitsersche school en niet het minst alweer door Kierkegaard, belangrijke aanwijzingen worden gegeven, en bespreken daarom achtereenvolgens de zonde-beschouwingen van deze figuren en stroomingen, en het zondebesef, dat daarachter ligt. Hierbij aanknoopend, bovendien de Reformatoren en de zich op hen baseerende nieuwere theologen in het oog vattend, zullen wij trachten onze eigen conclusies te trekken, waarbij een bespreking van de met de zonde nauw verwante schuld- en erfzondegedachten niet achterwege mag blijven.

§ 3. Zondebesef een gecompliceerd verschijnsel.

Het is niet gemakkelijk direct tot de kern van het zondebesef door te dringen. Het valt immers niet te ontkennen, dat zondebesef, zooals het in onze Christelijke wereld zich voordoet, beïnvloed kan zijn door verschillende krachten en factoren, waardoor zijn vorm en gestalte zeer wisselend kunnen zijn. Ja, soms kunnen deze factoren en krachten zóó sterk in hun invloed zijn, dat de schijn ontstaat, alsof het religieuze leven, en in dit geval de ervaring van zonde, geheel en al van hen afhankelijk is, geheel en al door hen wordt bepaald. Dan dreigt eenzijdige overschatting van zulk een beïnvloedenden factor en kan men er toe komen, kalmweg te constateeren: dus religie is niets anders dan of, zondebesef is niets anders dan ... en den factor in te vullen, waarop men zich nu plotseling heeft blindgestaard. Ten opzichte van de religie in haar geheel kan men deze fout telkens weer opmerken: Amenkaansche godsdienstpsychologen hebben vaak met voorliefde naar sexueele wortelen der religie gezocht en die tot den stam zelf gemaakt1), anderen hebben weer gaarne den godsdienst op maatschappelijke bewegingen trachten terug te brengen: de geestdrift om een ontdekking, of wat men een ontdekking meent te zijn, maakt vaak onredelijkeenzijdig tegenover al het andere, dat ook zijn recht en waarde heeft. Zoo ook ten opzichte van het zondebesef. Het is goed om verschillende factoren kortelijks te bespreken, die op dit besef van invloed zijn, mits wij dien invloed niet overschatten en niet vergeten dat zondebesef een religieus besef sui generis is, dat eerst dan in zijn diepste werkelijkheid zich roert, als de mensch staat tegenover den eenen heiligen norm,' Zijn God.

Wij noemen achtereenvolgens:

ie. invloed van leeftijd en sexe.

Te denken valt hier in 't bijzonder aan de bekende onderzoekingen van den Amerikaanschen psycholoog S t a r b u c k. In zijn veelgelezen boek1) heeft hij een empirische studie over den groei van het religieus bewustzijn trachten te geven en willen aantoonen, dat er verschillende

i) Verg. J. B. Pratt, The Religious Consciousness, a Psychological Study,

*) PÉ.ID.' Starbuck, The Psychology of Religion, an empirical Study of the growth of religious consciousness, 1914*

Sluiten