Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijnen van godsdienstige ontwikkeling zijn. Voornamelijk heeft de groei van „childhood" naar „maturity" zijn aandacht en meent hij, dat, bij de vorming van het religieus bewustzijn, leeftijd en sexe van grooten invloed zijn1). Onder de verschillende motieven en krachten, die tot de bekeering — het religieuze feit, waaromheen zijn onderzoekingen zich grootendeels bewegen— leiden, noemt hij ook „sense of sin", ja, hij beschouwt dit als het algemeene, aan bekeering voorafgaande, besef. Het wordt nader omschreven als „the feeling of imperfection, incompleteness, undoneness, unworthiness" »): de variaties hebben betrekking op het feit, dat er verschillen in temperament (passief en actief temperament) zijn, en op de vraag, of het nieuwe, begeerde, ideaal-leven dan wel het oude leven-in-de-zonde het accent heeft in het bewustzijn, m.a.w. of de mensch meer vooruit dan wel achterom ziet. Maarzeker is, dat tot de meest fundamenteele factoren, waaruit de bekeering, de groei van het nieuwe levenscentrum ontstaat, het zondegevoel behoort, ook dan, wanneer de personen in questie „have led a upright life"! Een meisje van n jaar zegt: „I was brought up in very pious Methodist surroundings. I had not been led into evil ways; I was considered an unusuaily good child; but my sense of guilt before God was very deep. I had a deep conviction of sin from myearliest recollection.The realisation of the hatefulness of sin was stronger than the fear of the consequences"3) Bekeering wordt door S t a r b u c k zelfs gedefinieerd als „a process of strugglmg away from sin"*). De auteur is er verder van overtuigd, dat dit zondebesef, zooals het in dezen „storm and stress" periode optreedt, niet slechts als een „spiritual fact" te beschouwen is, maar mede in „certain temperamental and organic conditions" zijn grond heeft'). Het hangt met het physiek organisme samen: hysterie en andere nerveuse aandoeningen, sexueele moeilijkheden en verleidingen, kunnen de oorzaak van de vele en velerlei gevoelens van zonde, schuld, onwaardigheid, verworpenheid en levensafkeer zijn. „There are evidences, too, that the extreme dejection, self-distrust, self-condemnation and the like, in males, are traceable, in pact, to physiological causes" «). Een jongen van 18 jaren bekent: „I was troubled with fears, was thoroughly convicted of sin, filled with remorse, and ashamed of my condition. I was uneasy, and for days longed for God's forgiveness" ')•

Nu onderscheidt S t a r b u c k, gelijk bekend, ook nog een andere hjn van religieuzen groei, de Hjn n.1., waarbij de bekeering niet als een

a~. jt starbuck 's methode is bekend. Het is de enquête, handelend over godsdienstige gebruiken, in de jeugdjaren verricht, jeugdverzoekingen, -dwalingen en -moeilijkheden het sexueele leven in zijn verhouding tot het zedelijke en godsdienstige, krachten en motieven, die tot hooger leven brachten etc. De antwoorden op deze vragen ingekomen, worden geanalyseerd, geclassificeerd, gegeneraliseerd en geïnterpreteerd, terwijl het doel is „to bringh enough of it into orderliness", „to see into the laws and processes at work in the spiritual life". ■I Starbuck, gec. w., p. 58.

*) Ibid., p. 70. É&'rafc' *) Ibid., p. 64. 6) Ibid., p. 71. •) Ibi<L, p. 70. ?) Ibid., p. 70.

Sluiten