Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als resultaat van dit zuiver innerlijk conflict de schuldgevoelens laten optreden. Er roeren zich verwijten in den mensch, aanvankelijk nog slechts „unklar und ganz allgemein", daarna echter in duidelijker en meer gerationaliseerden vorm: tot deze rationaliseeringen behoort ook het traditioneele woord zonde, in werkelijkheid echter gaat dit „zondebesef" dus terug op dat spontane, diep verscholen zonde- en schuldbesef, dat, zonder een bepaalden, althans definieerbaren inhoud te bezitten of door confronteering met een of anderen norm ontstaan te zijn, zich kenmerkt door een veelal zeer sterk angstgevoel: dit laatste in het bijzonder bij het kind, waarbij deze angst zich vaak tot een doodsangst kan verscherpen, terwijl bij den volwassen onanist die angst zich gerationaliseerd en psychisch verkleed heeft als schuldgevoel. Aldus Rank1).

F r e u d zelf heeft zich naar mijn weten weinig over deze dingen geuit. De gedachten, hierboven vermeld, liggen echter geheel in zijn lijn. Intusschen vinden wij uit lateren tijd toch wel iets over ons thema in zijn in 1923 verschenen „das Ich und das Es". Een merkwaardig boekje, waarin hij een verdeeling der menschehjke individualiteit aanbrengt in drie min of meer met elkander samenhangende gebieden: het ik, het het en het boven-ik of ik-ideadl. Het ik omvat het bewuste (d.i. de waarnemingswereld, de wereld van gewaarwordingen en ontroeringen) en het z.g. voorbewuste (waar de woord-voorstellingen in het geheugen worden bewaard), maar hangt op zijn beurt weer samen met het „Es" (Hef), d.i. het wijdere gebied van het psychische. Het ik is van het het niet scherp gescheiden maar zet zich in dat het voort en „vloeit" er mee samen. Het ik „bemüht sich auch, den Einflusz der Auszenwelt auf das Es und seine Absichten zur Geltung zu bringen, ist bestrebt das Realitatsprinzip an die Stelle des Lustprinzips zu setzen, welches im Es uneingeschrankt regiert". Het ik representeert „Vernunft und Besonnenheit", het het draagt de „Leidenschaften" in sich. Beider verhouding gelijkt op die van den ruiter tot zijn paard, welks overschuimende kracht hij beteugelen moet, ofschoon het paard den ruiter vaak voert, waarheen het zelf wil. Nu heeft dit maar weinig met ons onderwerp te maken en kan daarom slechts onvolledig worden aangeduid. Echter neemt F r e u d nog een derde „gebied" in de menschehjke persoonlijkheid aan, door hem genoemd het Über-ich of Ich-idecd. Dit beschouwt hij als resultaat van twee belangrijke biologische factoren, n.1. de langdurige hulpeloosheid en afhankelijkheid van den mensch gedurende zijn kinderjaren èn het daarmede samenhangende Oedipuscomplex, dat teruggebracht moet worden „auf die Unterbrechung der Libidoentwicklung durch die Latenzzeit, somit auf den zweiseitigen Ansatz seines Sexuallebens". Wat Freud met het Oedipuscomplex bedoelt, is bekend. Welnu, hij meent als resultaat van de door dit complex beheerschte sexueele phaze een neerslag in het ik te kunnen aannemen, die bestaat in het tot stand brengen van beide identificeeringen, die met de moeder en die met den vader, op de een of andere wijze met elkaar vereenigd. Deze neerslag in het ik, deze ik-verandering komt nu tegenover den overigen inhoud van het ik als ik-ideaal of boven-ik te

J) O. Rank, Sexualitat und Schuldgefühl (Psychoanal. Studiën), 1926, passim.

Sluiten