Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan. In dit ik-ideaal wordt het karakter van den vader bewaard en hoe sterker het Oedipuscomplex was, hoe sneller, onder invloed van allerlei factoren, de verdringing ervan geschiedde, des te strenger zal later het ik-ideaal als geweten, ja, misschien als onbewust schuldgevoel over het ik heerschen.

Het is — zegt F r e u d — aan de psychanalyse vaak verweten, dat aj zich om het hoogere in den mensch niet bekommert. Maar het tegendeel moge nu duidelijk zijn: er is een hooger wezen in den mensch, en dat is het ik-ideaal, „die Repr&sentanz unserer Elternbeziehung". Als kleine kinderen hebben wij deze hoogere wezens bewonderd en ook gevreesd, later hen in ons zelf opgenomen. „Das Ich-ideal ist also der Erbe des ödipuskomplexes und somit Ausdruck der machtigsten Regungen und wichtigsten Libidoschicksale des Es". Het is van het grootste gewicht, en het valt niet moeilijk — meent Freud — in te zien, dat dit ik-ideaal de kiem bevat, waaruit alle godsdiensten zich hebben ontwikkeld, en dat b.v. het deemoedige onvolkomenheidsbesef voortkomt uit de spanning tusschen ik en ik-ideaal. In den loop der ontwikkeling hebben menschelijke autoriteiten de vaderrol verder doorgevoerd, hun geboden en verboden zijn in het ik-ideaal van kracht gebleven en oefenen nu als geweten zedelijke censuur uit. De spanning tusschen deze gewetensaanspraken en de daden van het ik zelf wordt als schuldbesef ervaren. Het is echter niet dit normale en bewuste schuldbesef, gelijk het op de genoemde spanning berust en in twee toestanden, dwangneurose en melancholie, zich op zijn hevigst openbaart, dat het moeilijkst te verklaren is, maar het onbewuste (dat trouwens in alle bewust schuldgevoel meedoet), zooals het zich bij voorbeelden van het hysterische type kan aanmelden. Dit laatste feit nu, het onbewust-zijn van een groot deel van alle schuldbesef, is alleen te verstaan uit het Oedipuscomplex, dat immers zelf tot het onbewuste behoort en waaraan het ontstaan van het geweten, gelijk wij zagen, zoo nauw verbonden is. „Es war eine Oberraschung zu finden, dasz eine Steigerung dieses unbewusztes Schuldgefühls den Menschen zum Verbrecher machen kann. Aber es ist unzweifelhaft so. Es laszt sich bei viele besonders jugendlichen, Verbrechern ein machtiges Schuldgefühl nachweisen, welches vor der Tat bestand, also nicht deren Folge, sondern deren Motiv ist, als ob es als Erleichterung empfunden würde, diesunbewuszte Schuldgefühl an etwas Reales und Actuelles knüpfen zu konnen . Het angstgevoel, dat dit schuldgevoel zoo domineerend kenmerkt en in de melancholie zoo geweldig uitbreken kan, is nu ook zoo te verstaan: het hoogere wezen, dat tot ik-ideaal werd, was eens de vader-tyran (in het oude Oedipuscomplex), van wien kastratie dreigde: deze kastratieangst is de kern gebleven, waarom later de gewetensangst Zich heeft gelegd!1)

Voor Freud is dus, naar de aanwijzingen van het hier genoemde en besproken geschriftje, schuldbesef een manifestatie van de spanning tusschen het boven-ik en ik in den mensch, welke spanning op haar

Prof.VH^G^ PaSSim- Ver* 0TCr k °°k

Sluiten