Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermenging van slecht geweten en van onbevredigde drift"1). Daarin, en in het gebrek aan een vaste, bevrijdende religieuze autoriteit, ligt volgens hem de diepste oorzaak van de groote sexueele, zedelijke en geestelijke onvastheid onzer dagen, daarin ook de oorzaak van zooveel neurose, die in een slecht geweten, in schuldgevoel haar kernfactor bezit, al blijft dit schuldgevoel zelf het slachtoffer der nerveusiteit verborgen, en uit het zich enkel in die typisch-moderne onrust, gejaagdheid en verwrongenheid van phchtsbewustzijn, welke wij alom kunnen opmerkena).

In dit alles schuilt ontegenzeggelijk veel waars. Het veelal voorkomende, karakteristiek-moderne angst- en onrustgevoel is door de psychanalyse naar zijn dieperen achtergrond, den achtergrond van het schuldgevoel blootgelegd, het schuldgevoel, dat vaak den drager ervan niet tot vol bewustzijn komt, vaak een vaag en onbestemd karakter draagt, maar terugwijst op verdringingscomplexen in 's menschen innerlijkste zieleleven.

Of intusschen de psychanalyse, voor zoover wij haar hier bespreken, met al haar ontledingen het zonde- en schuldbesef naar zijn wezenlijken, d.i. Christelijk-religieuzen aard ook heeft benaderd, of de psychanalyse, met haar sterke interesse voor de pathologische zijde van het menschehjke leven, met haar deterministische methode, welke enkel -naar de oorzaken en gevolgen van een verschijnsel vraagt, met haar hoofdzakelijk medischen kijk, welke zich uitsluitend op „ziekelijkheid" eener- en „gezondheid" anderzijds richt en geestelijke machten en krachten, religieuze ervaringen en belevingen dan ook aan deze twee, medisch-biologisch opgevatte normen meet, ooit de diepste, dj. de zedeUjk-religieuze kern in dat zonde- en schuldbesef kan benaderen, lijkt mij zeer de vraag. Het komt mij voorloopig voor, dat met „onderdrukte libido" of met „Oedipuscomplexen", hoeveel licht hiermede op bepaalde, misschien „ziekelijk" te noemen, gevoelens geworpen wordt, toch de diep zedelijke en godsdienstige toon van het „Vader, ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen U" niet wordt verklaard. Deze toon is niet te verklaren door te wijzen op allerlei bewust of onderbewust werkende factoren en invloeden, maar is een toon „sui generis". — Wij zullen dat nog duidelijker kunnen zeggen, als wij, aan het einde van dit hoofdstuk gekomen, het zondebesef hebben ontleed naar zijn o.i. wezenlijk Christehjk-religieuze kern.

4°. Samenvatting.

Wij bespraken achtereenvolgens in deze § de resultaten der onderzoekingen van Starbuck, James, de psychiatrie en, in 't bijzonder, de psychanalyse, en zagen, hoe het zondebesef resp. met leeftijd en sexe, met het karaktertype, met ziekte, ja met verdrongen sexualiteit in nauw verband werd gebracht; ja, dit verband was soms zóó nauw, dat het leek, alsof gemeend werd in de bedoelde factoren werkelijk het wezen van het zondebesef te hebben gevonden. Wat wij zonde- en schuldbesef noemen, is een samengesteld verschijnsel. Afgezien van de waarheid der

*) A. Runestam, Psychoanalyse en Christendom (uit het Zweedsch vert. door J. Henzei), blz. 59. 2) Ibid., blz. 60—72.

Sluiten