Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtergrond zijn diepe kleur. Wil men dit ontkennen en toch, hoewel levend in een gansch ander, monistisch getint, schema van gedachten, van zonde en schuld blijven spreken, zooals een S c h o 11 e n dat zeer overtuigd deed in de vorige, zooals een Van Senden het mut. mut. doet in onze eeuw, dan is de beslissing — willen wij ons niet in een woordenduel verliezen — over het goed recht van het gebruik dezer woorden en begrippen niet aan ons. Wij meenen, dat in elk geval in die kringen van ons Vrijzinnig-Christendom, waar het genoemde dualisme en het geloof in de transcendentie Gods wel aangetroffen worden, voor de zonde-gedachte en de zonde-leer een plaats, en wel een zeer centrale, met alleen kan, maar moet worden ingeruimd. Inde „dogmatiek" van het Rechts-modernisme (helaas nog slechts in hoofdlijnen door Prof. Roessingh aangegeven) past een zondeleer ten volle. Dat Rechts-modernisme, gezien als een reactie op, ja als een verzet tegen het al te intellectualistisch en monistisch gekleurde Modernisme van de oudere, eerste periode, en, in het algemeen, als een verzet tegen het al te rationalistisch en moralistisch denken, dat de 19de eeuw, ook in godsdienstig opzicht had beheerscht, dat Rechts-modernisme met zijn opener oog voor wat P i e r s o n noemde „de tragische oogenblikken onzes levens", met zijn intenser verhuigen zich weer op het Evangelie van Christus te concentreeren, weer uit dat Evangelie de eeuwige grondwaarheden tot innerlijk eigendom te maken, de waarheden van den mensch, die is de verloren zoon en God, Die is de zoekende, reddende, behoudende Liefde, dat Rechts-modernisme, dat dus het dualisme in leven en Wereld weer bewust aanvaardde, het dualisme, niet als theorie, maar uit levenservaring gewonnen, dat den onheiligen mensch en den heiligen God weer zag, moest zien, als twee, en de brug tusschen beiden als een brug van genade, dat Rechts-modernisme moest wel de oude „orthodoxe" woorden zonde en genade in eere herstellen: het begreep, hoe achter deze woorden een levens- en zielswaarheid en -werkelijkheid schuilen, die tot de diepste behooren, waarvan het Christendom spreekt, en het moest, uit innerlijken noodzaak, deze woorden weer in het centrum plaatsen, in het centrum van het religieuze leven, van de prediking, maar ook van de geloofsbezinning, van de „dogmatiek". Zonde en genade: om deze beide, als absolute tegenstelling opgevat, heeft de Christelijke ervaring èn belijdenis door de tijden heen zich bewogen; het Reformatorisch Christendom heeft met vernieuwd accent deze factoren weer tegenover elkaar geplaatst; het Rechtsmodernisme, ondanks alle principieel verschil in basis met het traditioneele Christendom, grijpt in dit opzicht bewust naar de oude traditie, geloovend, dat daarin vertolkt wordt, wat ook de kinderen van dezen tijd weer dieper zijn gaan verstaan als blijvende, machtige levensrealiteit. —

Zonde en schuld: zij zullen dus hun plaats moeten krijgen in een vrijzinnige dogmatiek.

§3. De centrale ervaringen, welke een v r ij zinnige zondeleer heeft te verwerken.

Welke zullen nu de centrale ervaringen zijn, waaraan wij in deze zondeleer uitdrukking willen geven?

Sluiten