Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar dat is niet de diepste menschelijke vrijheid, niet die, welke ons de schuld doet verstaan. Deze is veel meer „eine Erfassung der Wirklichkeit unseres Lebens" en „begreift unser ganzes Wesen unter sich" m Het is de vrijheidsgedachte, die niet betrekking heeft op op-zich-zelfstaande, momenteele handelingen, maar op mijn gansche mensch-zijn qua talis, op mijn persoonlijkheid in haar geheel. Zij is gegeven met mijn mensch-zijn hier op aarde. „Es ist die Ur-wahrheit, die Ur-tatsache unserer Lebendigkeit" 2). Zooals de natuurwetenschappelijke werelden levenskijk zich verhoudt tot het voorzienigheidsgeloof (het laatste is het directe, onmiddellijke, waardoor in intuitie leven en wereld onder Gods leiding worden geplaatst, het eerste is het indirecte, in denken stelselmatig geordende) zoo verhoudt zich een psychologische en sociologische ordening van het menschehjk leven tot de, aan alle denkende ordening voorafgaande, „Selbsterfassung unseres Wesens in Freiheit". „Das Ich.... ist ein inhaltlich Bestimmtes, ein Wille der gerichtet ist. Nennen wir dieses Ich in seiner inhaltlichen Bestimmtheit „frei", so kann das nur bedeuten: dieses Ich hat sein Wesen in der Form des Willens und der Tot. Es ist es selbst mit Willen.... ich bin, was ich bin und auch geworden bin, mit Willen, als Wille". Onze diepste vrijheid wijst naar „ein Letztes das keiner Erklarung bedarf und fahig ist" '). Wij kunnen de schuld van een mensch trachten te verzachten door op allerlei omstandigheden te wijzen, die hem hebben beinvloed, en toch zal dat nooit kunnen leiden tot een algeheele verontschuldiging: wij bhjven den mensch ter verantwoording roepen, schuldig achten, omdat bij vrij is: dat is die diepste vrijheid, die „ethische" wezensvrijheid is! „Verstenen" — zegt Althaus zoo juist —, „d. h. das Einzelne in psychologischen und soziologischen Zusammenhange sehen, und doch anklagen, nicht nur die Gesellschaft und die Verhaltnisse, sondern den Einzelnen, urn deswillen was er ist und geworden ist, diese spannungsvolle Doppelhaltung wird von uns gefordert "*). Zoo alleen is het raadsel eenigszins te rechtvaardigen, dat ik mij schuldig kan voelen ook voor mijn Sündhaftigkeit. Wie — gehjk Haering — aan de psychologische „Wahlfreiheit" blijft hangen, de vrijheid, die zich hecht aan de op-zich-zelf-staande handelingen, moet wel in verzet komen tegen de Reformatorische uitspraken, gehjk Holl ons die weer heeft getoond. Dan kan schuld alleen zijn wat „met mijn eigen wil" elk oogenblik wordt beaamd. Maar wie het menschehjk wezen in zijn diepte als wil, als daad begrijpt, die verstaat ook, dat de tegenstelling „Sündhaftigkeit-Schuld" geen tegenstelling is, maar op de waarheid terugwijst, die Althaus uitdrukt in de woorden: „Unser Wesen ist unser Wille, und unser Wille ist unser Wesen". Zoo staan „noodwendigheid" en „vrijheid" niet tegenover elkaar, maar geldt hier: èn het een, èn het ander: „wir sind in jedem Augenblicke, auch als die Sünder, sein Geschöpf, und wir sind in jedem Augenblicke als eigener Wille vor ihm verantwortlich" '). —

1) Ibid., S. 320.

2) Ibid., S. 320. *) Ibid., S. 331. ') Ibid., S. 333. ') Ibid., S. 32a.

Sluiten