Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat de menschheid als een geslacht, dat zondig en schuldig is, iLw .z in rebellie zich tegen God en Zijn wil verzet en deze rebelhe als vloek ervaart! Uit wat wij over het onlosmakelijk samengaan van zonde en schuld, alsmede over het wezen der erfzondeschreven, moet deze ertschu d-idee wel vanzelf volgen. En beide geheimzmmge werkehjkheden erfzonde en erfschuld, wijzen terug op het begrip, dat wij als vierde en laatste noponder het oog moeten zien, den zondeval, de losscheuring der mfnschheW van haar God en Schepper. Eerst als wij dit begrip nader nebben beschouwd, zal het ons duidelijk zijn, hoe in de oude, dogmat sch misbruikte termen, erfzonde en erfschuld, onloochenbare reahteiten worden aangeduid: de realiteit van een menschengeslacht, dat in den TeepTs vaneen duistere, anti-goddelijke macht (erfzonde) en de realiteit van een menschengeslacht, dat in deze gevangenschap-in-zonde een vloek aan zich voelt voltrekken (erfschuld). „t.%t.,é Wifspreken wel van tragische schuld. Misschien kan deze ^drukking om™ elpen het raadselachtige wezen der erfschuld wat nader o.te hïderefln den modernen oorlog heeft zich de zonde fopenbaaxi, de zonde, achter woorden en daden liggende, de zonde als de d»^ehe tegen God en Zijn wü opstandigen ik-wil van den mensch. Wat deze donkere macht in den mensch vermocht, wat zij van den mensch kon maken wh hebben dat allen in schrik en schaamte moeten ervaren. In dfen" modernen oorlog heeft zich echter ook de erfzonde geopenbaard: wü begrepen, dat het niet de zondige aard van dezen of van genen, van benden o millioenen enkelingen was, die zich manifesteerde maar iets dieper-liggends nog, een menscheüjke habitus, fen zondig-zijn van het .genus humanum» qua talis, hoewel wij,.dit begrijpendeons pe^oonK k nimmer voor verontschuldigd konden ^^.^^ de besten onder ons beleden des te dieper eigen schuld (ook wanneer zt zelf buiten het zondig gebeuren stonden), naarmate zij den oorlog méér zagen ais openbaring van menschheidszondel Maar nu heeft het nÏÏiveSgwekkendl, meedoogenloos om ^^f^'^nottts en onschuldigen» meesleepende geschieden van den krngook nogiets anders gebracht: het besef n.1., dat wij, wij allen, wij als menschheidals zond ge menschheid, onder een doem staan, die zich over ons legt, onder een vloek staan, die wij niet ontkomen kunnen; juist het meegetrokkenXrdenln^nde en steeds grooter zonde, bracht dit schuld velen nader: een schuld, die op ons, als menschheid, rust, en m denMarnmer"n de ellende van een gebeuren als een wereldoor og ooeens zich manifesteert. In dit besef van deze „tragische schuld hgt, naarTrnij doorkomt, een aanduiding van de geheimzinnige, maar onbïochenbare realitei der erfschuld, der menschehjke eenheid-in-

Een ander, en misschien nog duidelijker, tot ons sprekend ideograSZ „erfschuld» wordt ons in het tót van het cdMieve sc» besef gegeven. Naast het individueele schuldervaren, dat tot nu toe het SfoSe aandacht had, bestaat ook het collectteve: juirt mjmren tijd met zijn sterker besef van de macht, de waar^«n.JecXcSere der gemeenschap, hebben wij hiervoor oog gekregen. Van dit collectieve ïnuTdSzal d e verstokte individualist niets kunnen en willen ver-

Sluiten