Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz.

Hoofdstuk VI — DE SCHEURING VAN 1893 HISTORISCH

VERKLAARD 62

De opvatting van Van dei Coes en Van Eeden tegenover die van Kloos en Alberdingk Thym. „Verleden, Heden en Toekomst". Kloos' standpunt t.o.v. het begrip en het woord goed. (Blake, Browning, Swinburne.) Kloos' gods-begrip verwant aan dat van Schelling. Schoonheid het doel van het leven. Het Christendom. Verscherping tot de verhouding van Van Eeden. („Over Dominee Hugenholtz en Frederik van Eeden") De Lieven-Nijland-mystificatie en de onoprechtheid van Van Eeden. F. van der Goes' „Litteraire Herinneringen uit den N. Gids-Tijd". Van der Goes' rechtvaardiging van zijn optreden tegen Kloos gewraakt. De jaargang 1893—'94. Kloos' schimp-sonnetten verklaard uit de omstandigheden. Verdediging dezer sonnetten, die meestal onjuist worden beoordeeld. P. Tideman in de redactie. De coup d'état van Van der Goes mislukt. Revolutionnaire tegen-actie van Kloos en Tideman. „Een Gezicht" van Jac. van Looy. De Nieuwe Gids, geschokt eerst, herstelt zich. Ook de oude tegenstanders Van der Goes, P. L. Tak en Van Eeden werken weder mee.

Hoofdstuk VII — HOE DE VRIENDEN KLOOS BEOORDEELDEN. ZIJN LETTERKUNDIGE BETEEKENIS EN ZIJN UITERLIJKE VERSCHIJNING 92

Hoofdstuk VIII — KLOOS EN ZIJN OUDSTE VRIENDEN 98

Hoofdstuk IX — KLOOS' KARAKTER EN ZIJN VERHOUDING TOT ZIJN LANDGENOOTEN 117

Hij voelt zich min of meer een vreemdeling. De toestand van onze maatschappij omstreeks 1880. Psychologisch is Kloos te rangschikken onder de geïntraverteerden. Zijn felheid en gemoedelijkheid. Gebroken affecten.

Hoofdstuk X — DE EERSTE BUNDEL VERZEN 123

I. De psychisch-aesthetische en historische beschouwing behooren hand in hand te gaan. De historische volgorde is in den bundel Verzen niet streng in acht genomen; de juvenilia tusschen later werk. Reeds in zijn allereerste verzen van vóór De N. Gids is Kloos de idealist, „de diep van een glorie van een droom vervulde", die in schoonheid troost zoekt voor ellende. Reeds dadelijk is er de boven alle zinnelijkheid uitstijgende belanglooze hartstocht voor de Kunst, die voor hem symbool is van het Eeuwige. Het verbeeldingselement in zijn poëzie ten nauwste samenhangend met zijn lyrisch dichterschap. Citaten uit Veertien J. Lit. G. Het acuut-lyrisch karakter van de Verzen (vliegende stemmingen).

Sluiten