Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk I — NIET-ZUIVER-HOLLANDSCHE AFSTAMMING

IN den zomer van 1742 brak over de Wetterau, de streek noordoostelijk van Frankfort en oostelijk van den Taunus, een orkaanachtig onweer los, waardoor het grootste deel van het dorpje Ober-Widdersheim in vlammen opging. Vier dagen daarna stierf Burkhard Kloos en liet zijn vrouw en drie nog onmondige kinderen in moeilijke omstandigheden achter. De oudste, Johannes, verbet toen weldra het ouderlijk buis om zelf zijn brood te verdienen. De achttienjarige volgde den Rijn, stroom af, en werd dragonder in een Hollandsch cavallerie-regiment. Later vestigde hij zich te Amsterdam, waar hij trouwde. Een kleinzoon van hem was de vader van onzen dichter. Een andere kleinzoon was een bekend hoogleeraar in de geologie aan de Technische Hochschule te Brunswijk; diens broeder was dokter in Batavia. Kloos is dus, zooals meer Nederlanders en vele auteurs, alles behalve „van vreemde smetten vrij" 1). Bij het Hollandsch-Duitsche mengsel is zelfs een droppeltje Fransch bloed. Zijn grootmoeder van moeders zijde heette Hebert. De Hebert's waren oorspronkelijk Franschen, die zich reeds in het begin van de achttiende eeuw in Duitschland ingeburgerd hadden, waardoor de oorspronkelijke naam Hébert in Hebert veranderd was Eén lid van de familie was in dien tijd „herzoglich-sachsischer Kammer- und Hofmusiker" en componist. De grootmoeder huwde als jong meisje met den veel ouderen C. Amelse, een letterkundig en filosofisch aangelegd schoolhoofd, uit het West-Friesche deel van Noord-Holland afkom-

1) Vondel, Jan Luyken, Bellamy, Alberdingk Thym, Van Lennep, De Génestet, Busken Huet, Bosboom-Toussaint, Treub, Ina Boudier Bakker, Alphons Diepenbrock, om maar enkele namen op goed geluk af te noemen.

Willem Kloos. 1

Sluiten