Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloeden stoot als hij naar zijn aard zich gedragen wil. Harde strengheid heerschte in huis, er was niets van de warme hartelijkheid, die de strengheid tempert en haar voor het opgroeiende kind tot een zegen maakt. Hij was nog geen twee jaar oud toen zijn moeder stierf. Kort daarop hertrouwde zijn vader. Stiefmoederlijke bitsheid en kilte vergalden nu zijn jonge leven. Dat de vrouw die in huis oppermachtig heerschte, niet zijn eigen moeder was, wist hij niet. In de gedichten van zijn laatste jaren komen de klachten over de liefdelooze behandeling die hij als kind ondervond, zóó herhaaldelijk voor, dat we wel moéten aannemen dat deze jeugdervaringen een blijvenden invloed op zijn' stemmingen en zijn karakter hebben gehad en de aangeboren melanchobe hebben versterkt. Eerst op zijn achttiende jaar, toen hij voor de militie zijn geboortebewijs noodig had, werd hem plotseling duidelijk wat de oorzaak was van het zoo diep gevoelde leed. Een vrouwelijke verwante, die aan het sterfbed van zijn moeder had gestaan, deelde hem op zijn navragen toen mede, dat zijn moeder, kort na de geboorte van een broertje dat spoedig overleed, kermend van smart over het lot van haar kinderen uit het leven was gescheiden. Hij had, toen hij dit vernam, het eindexamen der H.B.S. achter den rug. Op die school voelde hij zich meer aangetrokken tot de exacte wetenschappen dan tot de literatuur, zoodat hij aanvankelijk plan had, in Delft te gaan studeeren. Onder de leeraars waren uitstekende krachten, o.a. de later beroemde Amsterdamsche hoogleeraar in de plant- en dierkunde, Dr. Hugo de Vries, en de geestdriftige historicus Dr. Willem Doorenbos. Toch heeft geen van de leeraars zijn persoonlijkheid meer dan gewoon kunnen beïnvloeden, zooals bijvoorbeeld Coleridge veel te danken had aan zijn leermeester in klassieke talen, de reverend James Bowyer, Da Costa aan Bilderdijk, voorbeelden die met talrijke andere zijn te vermeerderen. De jonge Kloos van den H.B.S.-tijd was nog niet ontwaakt. Zelfs de lessen in letterkunde gingen vrijwel langs hem heen; de klassieke drama's in het Fransch en Duitsch, die op school gelezen werden, kon hij niet bewonderen en de lessen in het Nederlandsch werden gegeven door een docent, die noch de leerlingen noch zijn vak beheerschte. Men wil wel eens beweren dat Dr. Doorenbos vormend zou hebben gewerkt en een Mentor zou zijn geweest van den jongen Kloos en Perk. En inderdaad zijn Perk en Kloos met Doorenbos zeer bevriend geworden en hebben zij zeker aan den omgang met een man van zoo ruime eruditie wel iets te danken. Maar dit geldt eerst voor later, na zijn H.B.S.-jaren. Van een innige verstandhouding was er vóór 1877 geen sprake. Gezelle

Sluiten